Wilma Berends: 'De stad moet groener' - KAN bouwen

Wilma Berends: ‘De stad moet groener’

Vanmiddag heerst er een wat weemoedige sfeer in de knusse studio van het KAN-café. Onbezoldigd cafébaas Coen van Rooyen hangt zijn cafépet en het hoofddeksel van directeur WoningBouwersNL aan de wilgen. Hij wordt per 1 mei directeur van LTO Nederland.

Voor de gelegenheid noemt Coen spontaan als zijn natuurmoment van de afgelopen maand het heugelijke feit dat zijn kinderen eitjes vonden in hun zelfgetimmerde vogelhuisje. Tafeldame Claudia Bouwens (projectleider KAN platform) werd tijdens een fietstocht door Midden Delfland blij van de eerste twee boerenzwaluwen. En de gast van vanmiddag, Wilma Berends, verbaasde zich over het getijdenpark Eiland van Brienenoord in Rotterdam. ‘Pal onder de Van Brienenoordbrug grazen Schotse Hooglanders en zwemmen bevers. Fascinerend, midden in de stad!’. Want haar doel is de wereld een beetje beter te maken. Schoner, groener, biodiverser. Ook in de stad.

De lessen van Wilma Berends

  • De versteende stad is de oorzaak van hitte- en waterproblemen en teloorgang van groen, maar kan ook oplossingen bieden: op meer plekken groen en meer contact tussen bewoners en groen.
  • We moeten nú beslissingen nemen om de stad beter voor te bereiden op de gevolgen van de klimaatverandering.
  • Droogte, hitte en wateroverlast en tekort aan groen zijn geen luxe problemen en leiden tot stapeling van klachten.
  • 250 buurten in Nederland hebben minder dan 15m² openbaar groen.
  • Groenbeleid is niet goed geborgd en daarom verliezen nieuwbouwprojecten gaandeweg het bouwproces de groene ambities die in het begin zijn geformuleerd.
  • De Rijksoverheid moet regie nemen met wetten, regels, subsidies en vooral een programma opstellen voor vergroening van versteende wijken.
  • De EU-Natuurherstelwet kan een aanjager worden voor een kwantitatieve, en later kwalitatieve groennorm.
  • Elke gemeente moet de fraaie Groenvisie in het Omgevingsplan opnemen en voorzien van stevige normen en harde budgetten.

Berends, geboren en getogen Twentse en een in Wageningen opgeleide bioloog werkt al jaren bij de ngo Natuur & Milieu aan het terugdringen van de verstening. Ze deed onder meer onderzoek naar de verstening van de 32 grootste gemeenten. Ook publiceerde ze onderzoek naar de cumulatie van problemen in de meeste versteende buurten, samen te vatten als ‘de warmste wijken zijn de armste wijken.’

De kracht van de stad
Hoewel de stad met zijn jungle van asfalt en beton een belangrijke oorzaak is van de teloorgang van biodiversiteit en insecten, kan diezelfde stedelijk omgeving het tij keren, betoogt Wilma Berends. ‘Er is geen gebruik van pesticiden, er is overal ruimte te vinden, ook voor beschermde soorten en het is belangrijk is  dat mensen in de stad dichter bij de natuur komen te staan.’

Ze geeft een voorbeeld vlakbij haar werk en bij haar woning. ‘In de jaren ‘60 is de Catharijnesingel in Utrecht gedempt en is er een zesbaans autoweg van gemaakt vanwege het toen geldende motto ‘de bereikbaarheid van de binnenstad per auto.’ Door de volhardende strijd van een bewonersgroep gedurende dertig jaar, voor meer leefbaarheid, is de waterpartij sinds enkele jaren teruggelegd. Nu lopen er mensen in de lunchpauze, er wordt geborreld en gepicknickt, er is natuur, mensen sporten. Het beheer wordt deels door bewoners – waaronder ik – uitgevoerd.’

Geen luxeprobleem
Het terugdringen van de verstening is niet een luxeprobleem, zoals veel mensen denken. ‘De oorlogen en de wooncrisis krijgen meer politieke aandacht, maar juist nu moeten we nadenken over de stad van de toekomst’, zegt Berends. ‘Die stad moet groen zijn, want dat is goed voor de natuur, maar ook voor de mens. De stad moet de klimaatverandering met droogte, hitte en wateroverlast weerstand bieden. Dat is geen luxe. Pleinen waar het in de zomer 50 graden is, veroorzaken gezondheidsschade, mensen blijven binnen, bewegen minder, krijgen stress en mentale problemen, ontmoeten elkaar niet en het water van een hoosbui kan niet weg. De problemen stapelen zich op. Vergroening is geen luxe maar noodzaak.’

Het onderzoek van Natuur en Milieu toont aan dat woningen in 250 buurten in Nederland minder dan 15 m² openbaar groen hebben. ‘Terwijl 75 m² fijn zou zijn. Het probleem is ook dat juist in deze buurten veelal  minder rijke mensen wonen.’ De problemen stapelen zich en oorzaak en gevolg wisselen stuivertje.

Groenbeleid is niet geborgd
‘Hoe komt het’, vraagt Claudia Bouwens, ‘dat we allemaal vóór vergroening zijn maar dat het niet lukt om het structureel aan te pakken?’ De vraag stellen, is hem beantwoorden. ‘Groenbeleid is niet geborgd’, zegt Wilma Berends. ‘Groene zones zijn vaak braakliggende terreinen die op een gegeven moment bebouwd worden. Groen in de openbare ruimte neemt daardoor licht af. Er zijn geen kaders of harde grenzen. De gemeente staat er alleen voor en zorgt er niet voor, en het Rijk doet er niets aan. De Rijksoverheid moet meer regie nemen. Wetten, regels, subsidies en vooral een programma opstellen voor versteende wijken.’

Ze ziet de EU-natuurherstelwet als een stok die de rijksoverheid zal aanzetten tot minder boterzachte uitgangspunten en wethouders rugdekking geeft. ‘Dan kan de wethouder zeggen, ‘het moet van de minister en van Brussel.’ Er moet een groennorm komen, eerst een kwantitatief uitgangspunt, zoals de bekende 3-30-300 norm of een verplicht aandeel groen en een verplichte boomkroonbedekking. Daarna kan het kwalitatief verder groeien, op alle schaalniveaus van woning, straat, buurt, wijk en stad.’

Coen van Rooyen wil weten hoe een wethouder al dat groen en ontstenen kan betalen in tijden dat er meer dan ooit financiële lasten zoals de WMO bij gemeenten worden gelegd. ‘Het is op dit moment financieel lastiger dan enkele jaren geleden’, aldus Berends. Ze oppert dat andere partijen kunnen meebetalen. ‘Schade- en vooral zorgverzekeraars hebben baat bij groene wijken omdat ze gezonder zijn en risico’s voor vastgoed verminderen. Iets dergelijks wordt onderzocht in Groningen.’

Moeilijk te kwantificeren
Claudia Bouwens brengt hiertegen in dat de baten van groen, zoals gezondheid een verstopte, moeilijk kwantificeerbare post zijn. ‘Net als indertijd met de energietransitie kun je de opbrengst niet goed tegen de kosten afzetten. Pas met energielabels en extra leenruimte in de hypotheek en de salderingsregeling op zonnepanelen ging het lopen. Nu is het vanzelfsprekend om een lage energierekening te willen hebben.’

Ik put hoop uit een onderzoek van de ANWB waaruit blijkt dat mensen best bereid zijn om de auto verder van de deur te parkeren en met parkeergelden meer groen dichtbij huis te realiseren.

Hoewel complex, zou ook hier overheidsgeld de zaak los kunnen trekken, zegt Wilma Berends. ‘De zorg voor de openbare ruimte is een publieke taak. Het moet op landelijk niveau worden geregeld. Het probleem is ook dat gemeenten soms best ambitieus beginnen in een project, maar er gaandeweg steeds natuurdoelstellingen verloren gaan. Dan moeten er meer woningen komen en gaat er een groenplan verloren.’ Natuur & Milieu probeert de ontwikkelaars te verleiden om er dan een woonlaag boven te zetten en het groen op de begane grond te sparen. ‘Er zijn kaders nodig, zoveel groen, zoveel bomen in een nieuwbouwplan. Ook de auto kost veel ruimte. Ik put hoop uit een onderzoek van de ANWB waaruit blijkt dat mensen best bereid zijn om de auto verder van de deur te parkeren en met parkeergelden meer groen dichtbij huis te realiseren.’ Een ander hoopvolle ontwikkeling is dat mensen bereid zijn hun tuin in te leveren (of te verkleinen) voor een collectieve groenvoorziening of een groenvoorziening op een parkeerkelder verderop.

Stevige normen en harde budgetten
In elk geval moet de gemeente meer consequent gaan handelen. ‘Elke gemeente moet de fraaie groenvisie in het Omgevingsplan opnemen en voorzien van stevige normen en harde budgetten’, zegt Berends. ‘Niet alleen lantaarnpalen en parkeerplaatsen maar ook groen, en liefst meteen grotere bomen plaatsen in plaats van kleintjes.’ Drie jaar geleden evalueerde Natuur & Milieu de groennormen. ‘Geen enkele voldeed. En toen kregen we ook nog groenvertragende ontwikkelingen als STOER en het niet voorschrijven van nestelsteenvoorzieningen in nieuwbouw’, somt Berends op. ‘Dat was ook bedoeld om meer deregulering te bereiken, maar één centrale regeling voor de nestkasten zou 342 verschillende lokale regels vervangen. Hopelijk gaat er door EU-Natuurherstelverplichting een nieuwe wind waaien.’

En dan tenslotte het ongevraagde advies van Wilma Berends aan de minister. ‘Minister, omarm het groen in de openbare ruimte. Zorg voor natuurinclusieve woningen en vooral voldoende groen in elke buurt. Nederland heeft het nodig.’

Scheidend KAN-café Coen van Rooyen bedankt alle medewerkers aan het KAN-café van de laatste vier jaar, speciaal programmaleider Claudia Bouwens.

Het volgende KAN Café vindt plaats op 2 juli. Jan-Willem Burgmans (Programmamanager Biodiversiteit bij Heijmans) gaat dan in op de vraag hoe je op een slimme manier kunt meten aan biodiversiteit.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.