Landelijke normering wateroverlast bij woningbouw
Martijn van Gelderen (BPD Gebiedsontwikkeling), Arnold van ’t Veld (Merosch) en Luc Ponsioen (HydroTwin Engineering, Red&Blue Program) schreven onlangs in vakblad H2O over de voors en tegens van een landelijke norm voor piekbuien. We geven een korte samenvatting van de belangrijkste punten uit hun artikel.
De Woontopafspraak uit 2024 beoogt landelijke eenduidigheid voor water en bodem bij woningbouw. Bij veel woningbouwprojecten wordt momenteel de impact van een piekbui van een uur, veelal van 70mm meegenomen. Voor langdurige (piek)buien bestaan echter nog geen landelijke normen.
Voorstel landelijke norm: het 1:100-scenario
In het kader van de Landelijke Maatlat en het Ruimtelijk Afwegingskader hebben de Unie van Waterschappen en het Interprovinciaal Overleg voorgesteld om voor wateroverlast door extreme regenbuien uit te gaan van een 24 uurs scenario met een herhalingstijd van 1:100 jaar, volgens het meest recente KNMI-scenario (nu 2023, scenario hoog), op zichtjaar 2100. Voor woningbouw betekent dit volgens de auteurs: rekenen 120 mm waterberging per 24 uur per m2 verhard oppervlak, én 130 mm per 48 uur, bovenop de vaak in de praktijk toegepaste 70 mm per uur.
Het doel van de norm is: geen aanzienlijke schade aan woningen, infrastructuur en voorzieningen bij deze buien, en geen achteruitgang van het natuurlijk waterbergend vermogen. De uitwerking vindt plaats via STOWA-statistieken en wordt regionaal verfijnd. Deze benadering sluit aan bij het principe van ‘water en bodem sturend’ en het streven naar landelijke eenduidigheid.
De praktische vraag is: hoe werkbaar is deze norm?
Casus Holland Park West
Een analyse van bouwproject Holland Park West in Diemen laat zien dat het, op dit moment althans, lastig is voor projectontwikkelaars en bouwers – en wellicht ook gemeenten en waterschappen – om deze landelijke kaders praktisch en uitvoerbaar te maken.

Het project is ongeveer 4,3 hectare groot, waarvan 71 procent verhard oppervlak. Het gebied is ontworpen op ‘geen schade bij een bui van 70 mm per uur’. Uit de analyse blijkt echter dat Holland Park West ook voldoet aan de voorgestelde nieuwe landelijke norm. Zelfs bij een extreme bui van 130 mm in 48 uur ontstaat vrijwel geen schade aan woningen of infrastructuur: er komt geen water de woningen in dankzij de juiste uitgangspunten in het ontwerp en een slimme combinatie van gebouw- en gebiedsmaatregelen.
Interpretatie-ruimte kan tot verwarring leiden
Het meenemen van langdurige piekbuien uit het 1:100-scenario blijkt ‘in theorie begrijpelijk’ en in de praktijk zelfs (met veel rekenwerk) uitvoerbaar en toepasbaar. Dit hangt echter ook af van de interpretatie van diverse criteria, waar nog geen eenduidigheid over bestaat. De benodigde informatie, ruimte en investeringen zijn bovendien niet altijd beschikbaar.
De resultaten van de analyse roepen bij de auteurs de vraag op of landelijke normering voor langdurige piekbuien altijd nodig is, of dat een gebiedsgerichte, flexibele aanpak meer oplevert. De auteurs pleiten voor heldere uitleg, toegankelijke informatie en ruimte voor maatwerk. Landelijke normen kunnen richting geven, maar moeten niet leiden tot overdimensionering, onnodige complexiteit of belemmeringen voor woningbouw.
Lees het volledige artikel: Landelijke normering wateroverlast bij woningbouw: dilemma’s
en inzichten uit Diemen