KAN-maatregelen financieren: hoe gaan we meer ruimte creëren? - KAN bouwen

KAN-maatregelen financieren: hoe gaan we meer ruimte creëren?

Als je een bestaande woning wil verduurzamen kun je vrij eenvoudig een extra bedrag lenen voor energiebesparende maatregelen. Maar hoe zit het met de financiering van klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen bij nieuwbouw? Welke proposities zijn er voor groendaken, gevelbeplanting, waterdoorlatende verharding of een mooi aangelegde natuurinclusieve tuin? En hoe kunnen we in de toekomst méér financiële ruimte creëren voor groen-blauwe maatregelen?    

Nanet Schaap is projectontwikkelaar bij AM en lid van de KAN Stuurgroep. In haar werk wordt ze al jaren geconfronteerd met het gegeven dat extra maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit ‘lastig te verkopen’ zijn. Platgeslagen zou je kunnen zeggen dat veel kopers er (nog) niet voor willen betalen. Daarbij speelt uiteraard mee dat er vrij weinig mogelijkheden zijn voor extra financiering.

Nanet is één van de vele KAN-professionals die worstelen met de vraag hoe je groen-blauwe maatregelen makkelijker gefinancierd krijgt bij nieuwbouw. Ook Rens de Boer (strategisch adviseur natuur en landschap bij BPD) en Victor Beumer (Aveco de Bondt, domeintrekker Bouw bij Collectief Natuurinclusief) herkennen het beeld dat Nanet schetst. Beiden hebben een ecologische achtergrond én een sterke drive om te komen tot gezonde business cases voor natuurinclusieve en klimaatadaptieve nieuwbouw. Victor is onder andere betrokken bij het financieringsprogramma van Collectief Natuurinclusief.

Programma Natuurinclusief Wonen
Half februari 2026 verschijnt dit persbericht op de Collectief Natuurinclusief website: Vergroenen huis en tuin straks makkelijker financierbaar dankzij Sectorsamenwerking Natuurinclusief Wonen. Kort samengevat: ASN Bank, Triodos Bank, a.s.r. en Rabobank spannen zich in om natuurinclusief wonen beter toegankelijk te maken voor huiseigenaren. De hypotheekverstrekkers hebben in 2025 samen met Collectief Natuurinclusief en de Impact Economy Foundation onderzocht wat er nodig is om de financiering van natuurinclusieve en klimaatadaptieve maatregelen makkelijker te maken voor particulieren.

Jeroen Vanson is namens Impact Economy Foundation en Collectief Natuurinclusief de trekker van het Programma Natuurinclusief Wonen. Nu de eerste verkenning is afgerond heeft hij voor 2026 een hele lijst aan vervolgacties op de agenda staan, zoals een advocacy-traject om steun te organiseren voor de benodigde wijzigingen in wet- en regelgeving. Denk bijvoorbeeld aan de verankering van natuurinclusieve maatregelen in de Nationale Hypotheekgarantie en in de AFM-richtlijnen voor hypothecair krediet.

Nieuwbouw vs. bestaande bouw
Het Programma Natuurinclusief Wonen mikt op financiering van maatregelen voor zowel de bestaande bouw als voor nieuwbouw. Vooral dat laatste is hard nodig, want als je kijkt naar de financieringsproducten die op dit moment beschikbaar zijn, dan lijkt het erop dat alleen ASN Bank en Centraal Beheer een propositie hebben die kan worden ingezet voor nieuwbouw (zie kader).

Twee bestaande financiële producten voor nieuwbouw

ASN Duurzaam Wonen
Als je een woning koopt, kun je bij de ASN Bank een hypotheek afsluiten en met het leningdeel Duurzaam Wonen een extra bedrag lenen voor de financiering van energiebesparende, klimaatadaptieve én natuurinclusieve maatregelen. Voor dit deel van de lening betaal je een lagere rente. Maatregelen die in aanmerking komen zijn: blauw dak, infiltratiekratten, regenschutting, waterdoorlatende tuinverharding, regen- of grijswatersysteem, groen of bruin dak, groene gevel, beplanting van de tuin, groene erfafscheiding, wadi en vaste nestkasten.

Afgaand op de informatie op de ASN website lijkt de regeling primair gericht op het verduurzamen van bestaande woningen, maar navraag bij Annelieke Oort-Oerlemans (expert toekomstgericht bankieren bij ASN Bank) leert dat deze regeling ook kan worden toegepast bij nieuwbouw. Over het verschil tussen bestaande bouw en nieuwbouw zegt ze:

“De belangrijkste complicatie bij nieuwbouw is voor ons dat de maatregelen niet duidelijk worden uitgesplitst in de koop-/aannemingsovereenkomst. Bij bestaande bouw is dat anders, want als iemand een tuin aanlegt of een groen dak, dan krijgen we daar een aparte factuur voor. Dat kunnen we dus registreren en belonen met een lagere rente via ons leningdeel ASN Duurzaam Wonen. Maar als iemand met een nieuwbouwwoning zelf de aparte facturen opstuurt voor de groen-blauwe maatregelen, dan kan dat ook gewoon binnen ASN Duurzaam Wonen.”

ASN Bank doet al veel aan voorlichting van intermediairs. Annelieke is optimistisch over de manier waarop adviseurs dit kunnen oppakken: “In zekere zin is het geen nieuw onderwerp. Adviseurs vragen vaak al: weet je wel dat je nieuwbouwwoning wordt opgeleverd met een zandbak? Wil je niet iets met de tuin? En als het bijvoorbeeld gaat om een uitbouw is het maar één stap extra om te zeggen: wil je een grijs dak of wil je een groen dak?”

Centraal Beheer Groen Leningdeel
Als je bij Centraal Beheer een hypotheek afsluit, kun je 0,8% rentekorting krijgen op het zogenaamde Groen Leningdeel. Klimaatadaptieve maatregelen die in aanmerking komen: groene of bruine daken, funderingsherstel of preventieve maatregelen, watermanagement maatregelen, zoals wateropslag op het dak, onder de grond of in de kruipruimte, infiltratiekratten en regen- of grijswatersystemen die water hergebruiken.

Navraag bij Centraal beheer leert dat dit product ook beschikbaar is voor nieuwbouw.

Rondetafel gesprek
Op initiatief van Nanet Schaap en Rens de Boer heeft KAN begin maart een rondetafel gesprek georganiseerd waar Victor Beumer en Jeroen Vanson aan deelnamen. Ook Joost van den Berg (Productmanager Vista Hypotheken) schoof aan, om het perspectief van de hypotheekverstrekker toe te lichten. Vista Hypotheken, een 100% dochter van Rabobank, zet vanaf 29 april 2026 een nieuw product in de markt waarbij CO2-uitstoot wordt gekoppeld aan een rentekorting. Joost is nauw betrokken bij de ontwikkeling van deze propositie.

Hieronder vind je een korte samenvatting van de belangrijkste thema’s van het rondetafel gesprek. De nadruk lag op het inventariseren en bespreken van de randvoorwaarden voor ontwikkeling van nieuwe hypotheekproducten. Naast mogelijkheden voor financiering op kavelniveau zijn er uiteraard ook andere oplossingsrichtingen denkbaar, zoals het inzetten van impact bonds bij gebiedsontwikkelingen.

1. Financiële focus: waardeontwikkeling van de woning
Nanet Schaap ziet dat de financiële sector klimaatadaptatie-maatregelen vaak framet als een middel om je in te dekken tegen de risico’s van klimaatverandering bij bestaande bouw (overstroming, bodemdaling etc.). Dit gebeurt onder het motto ‘koop geen kat in de zak’. Er wordt vooralsnog minder gekeken naar het positieve aspect van groen-blauwe maatregelen (maatschappelijke impact, gezondheid etc.).

Joost van den Berg reageert: “Ik denk dat de financiële sector vooral kijkt naar waardeontwikkeling van de woning en de toekomstbestendigheid, of het nou gaat om nieuwbouw of bestaande bouw.”

Rens de Boer vult aan: “Bij BPD gaan we ook uit van het waarde-perspectief. Wij zien groen-blauwe maatregelen als waardevaste investeringen in toekomstbestendige woningen en wijken. Het zijn dragers van gezondheid, leefkwaliteit en maatschappelijke baten. Als je daarin investeert combineer je risicoreductie met waarde-creatie.”  

2. Behoefte aan eenduidige indicatoren
Rens de Boer wijst op één van de belangrijkste uitdagingen: “We hebben nog geen manier om groen-blauwe maatregelen zodanig te waarderen dat je de uitkomst direct kunt vertalen naar de impact of de financierbaarheid ervan, als je ze toepast bij een bepaald type woning in een bepaalde wijk.”

Het kwantificeren van natuurwaarde is een notoir lastige klus. Een partij als Rebel Group heeft op dit punt veel nuttig werk verricht maar het is nog maar vraag of het – bij wijze van voorbeeld – haalbaar is om een klimaatlabel te ontwikkelen in de geest van het huidige energielabel.

Ondanks de onzekerheden rond klimaatverandering-scenario’s is het relatief eenvoudig om te rekenen aan ‘klimaatbuien’ (millimeter per uur) of aan de kosten van het afvoeren van regenwater (euro’s per kuub). Maar hoe waardeer je een hoge impact-maatregel als een flinke boom in je tuin? In eerste instantie zal het gaan om een jonge boom met relatief weinig impact (boomkroonvolume). Hoe borg je vervolgens dat die boom er over vijf, tien of twintig jaar nog steeds staat? En nog een overweging: een nieuwe tuin wordt vaak pas aangelegd als de bewoners de eerste verhuisstress achter de rug hebben. Kun je daar goed rekening mee houden? Natuurwaarde is deels te monetariseren, maar is dat goed genoeg voor de hypotheekverstrekker of het pensioenfonds?  

Joost van den Berg geeft aan wat de kaders zijn: “Een energielabel is op dit moment gebaseerd op de NTA 8800 en wordt vastgesteld door een energieadviseur. Daarover is geen discussie. En kwalitatief kun je zeggen dat het heel fijn is als er veel bomen in een tuin staan, maar als een geldverstrekker een rentekorting toekent gebeurt dat op basis van kwantitatieve indicatoren en gevalideerde data, waarover geen twijfel mag bestaan.”

Landelijke groennorm
Een mogelijke route naar standaardisatie of kwantificering is een landelijke groennorm. Dit is bepaald geen gelopen race. Zie bijvoorbeeld het rapport Een praktische verkenning naar een Nederlandse groennorm – Een vergelijking van tien bestaande groennormen en financiële doorrekening van de drie best beoordeelde normen (Sweco, 2024). Spoiler alert: Sweco concludeerde twee jaar geleden dat er (nog) geen goede groennorm bestaat in Nederland.

In het Verenigd Koninkrijk wordt sinds 2024 gewerkt met een vrij complexe nationale groennorm in het kader van de Biodiversity Net Gain wetgeving. In Nederland gaan stemmen op om dit voorbeeld na te volgen. Netto Natuurwinst is een initiatief uit de markt, dat ondersteund wordt door flink wat gezaghebbende partijen, waaronder Sweco. Maar als je gaat rekenen met de Engelse norm – dat wil zeggen: standaard 10% extra natuur toevoegen – dan zie je al snel dat we er in Nederland qua natuurkwaliteit slechter voor staan dan in het Verenigd Koninkrijk. We zouden hier in principe veel strengere maatregelen moeten nemen, en het is nog maar de vraag of de politiek daar klaar voor is.

Wat Victor Beumer betreft zit de grootste waarde van het Netto Natuurwinst-concept dan ook niet in de Engelse 10%-regel, maar in de concretisering van ‘natuurwaarde’: “De huidige kwantificering in m2 zegt te weinig over de werkelijke natuurwaarde. Maar een concretisering naar Engels voorbeeld kan een groot effect hebben, omdat je dan een scherpere competitie kunt aangaan op aanbiedingen en uitvragen bij gebiedsontwikkelingen. Een ontwikkelaar kan beter aangeven hoeveel natuurwaarde een ontwikkeling aanbrengt, en een gemeente kan bijvoorbeeld per plek bepalen hoeveel extra natuurwaarde zij terug wil zien. En voor de financiële sector zou dit inhouden dat je gericht kunt gaan investeren op biodiversiteit. Het is dan immers bekend, of in ieder geval uit te rekenen, hoeveel natuurwaarde wordt toegevoegd dankzij jouw investering in gebiedsontwikkelingen.”

Standaardpakketten
Voor het Programma Natuurinclusief Wonen heeft Jeroen Vanson gekeken naar standaardpakketten van groen-blauwe maatregelen. Per maatregel is de impact-categorie bepaald: hoog, midden of laag. Dat is ook een mogelijke route naar standaardisatie. En misschien wel de meest realistische.

Als het gaat over de mogelijke ontwikkeling van een natuur- of klimaatlabel voor woningen zegt Jeroen: “Voor mijn gevoel zitten we nu wat natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie betreft op hetzelfde punt waar we met energiebesparing zo’n 10 tot 15 jaar geleden zaten. Laten we vooral leren van het verleden, zodat we het natuurinclusief en klimaatadaptatief maken van woningen in een veel kortere tijd net zo toegankelijk maken voor huiseigenaren als de energetische verbetering van woningen.”

Nanet is heel enthousiast over de manier waarop Jeroen en Victor voor Programma Natuurinclusief Wonen de mogelijke maatregelen en hun impact in kaart hebben gebracht: “Jullie rapport  zou in feite ook bij ontwikkelaars op hun bureau moeten liggen, met als boodschap: als je dit op deze manier toepast, dan kun je de koper echt iets waardevols aanbieden.”

3. Hypotheekadviseurs, data-kwaliteit en beschikbaarheid
Joost van den Berg somt een aantal praktische randvoorwaarden op waar een solide regeling voor groen-blauwe hypotheekruimte aan moet voldoen: “Je hebt ook te maken met hypotheekadviseurs, onafhankelijk intermediairs, die meegenomen moeten worden in het proces zoals dat eerder ook gebeurde bij energiebesparende maatregelen. Denk daarnaast ook aan de makelaar en de taxateur.”

“In een gesprek met een klant moet een hypotheekadviseur in een tijdsbestek van anderhalf uur allerlei onderwerpen behandelen. Groen-blauwe maatregelen zijn dan een ‘additioneel onderwerp’ waarover je de adviseurs eerst moet voorlichten.”

“De ontwikkeling van goede indicatoren die markt-breed kunnen worden ingezet is een goede eerste stap. Vervolgens moet je ook bekijken hoe alle relevante informatie uiteindelijk een hypotheekverstrekker bereikt. Heel operationeel: als je een nieuwbouwwoning financiert, dan krijgen wij een koop-/aannemingsovereenkomst. Daarin zien we de waarde van de woning, meerwerk et cetera. Maar we zien niks over toegepaste bouwmaterialen, embodied carbon en allerlei andere zaken die we best graag zouden willen weten. Hoe kunnen wij dan tot een beoordeling komen? Bij nieuwbouw heb je geen taxatierapport. Waar komt de informatie dan vandaan? Je wil het liefst een externe, onafhankelijke database met gevalideerde data waar je direct een koppeling mee kunt maken. Want een cliënt wil snelheid en duidelijkheid: is mijn aanvraag haalbaar, en wanneer kan ik de koop-/aannemingsovereenkomst met zekerheid ondertekenen?”  

“Data-kwaliteit is niet alleen belangrijk voor de geldverstrekker, maar ook voor externe funders zoals pensioenfondsen. Die moeten ook hun boekhouding op orde hebben, op basis van de juiste indicatoren en zonder discussie of onzekerheid over de data.”

4. Aansluiting tussen gebied en kavel
In grote gebiedsontwikkelingen geven ontwikkelaars als BPD en AM zelf vorm aan de openbare ruimte. Maar voor een ‘integraal plaatje’ moet je vaak ook nog de bewoner meekrijgen. Je wil immers geen volledig betegelde of met kunstgras afgedichte tuin in een natuurinclusief project. Er zijn soms heel concrete mogelijkheden om hierop te sturen (beheervereniging, VvE) maar dit is afhankelijk van het type project. Binnen het KAN platform is veel aandacht besteed aan het verleiden van bewoners tot natuurinclusief en klimaatadaptief tuinieren maar succes is uiteraard niet verzekerd.

Als het bijvoorbeeld heel concreet gaat over de vraag welke type beplanting ergens gewenst is, valt er mogelijk inspiratie te putten uit soortenmanagement plannen van de gemeente, of andere lokale kaders. Rens de Boer merkt op dat klimaatadaptieve maatregelen op kavelniveau deels worden voorgeschreven bij nieuwbouw, terwijl er (voor bestaande bouw) verschillende regelingen zijn, zoals subsidies voor het afkoppelen van regenwater.

5. Andere oplossingsrichtingen
Het spoor van groen-blauwe hypotheken is niet de enige manier om te komen tot financiering van maatregelen. De Suikerzijde in Groningen is een concreet voorbeeld van een gebiedsontwikkeling waar, naast de overheid, verschillende ‘baathouders’ investeren in voorzieningen die de toekomstige bewoners een gezonde leefomgeving moeten bieden. Zo’n model lijkt in principe ook mogelijk voor groen-blauwe maatregelen. Jeroen Vanson duidt deze route aan als financiering via impact bonds.

Conclusies
Na afloop van het rondetafel gesprek hebben we alle deelnemers uitgenodigd om nogmaals te reflecteren op de vijf hoofdthema’s, en hun gedachten te delen. Dat leidde tot deze conclusies:

1. Belang van een aparte propositie voor nieuwbouw
De huidige instrumenten voor financiering van groen-blauwe maatregelen (van de Duurzaam Wonen-lening tot gemeentelijke subsidies) zijn in de kern ontworpen voor bestaande bouw. Het scenario is dan: taxatie van de huidige staat, losse maatregelen achteraf en financiering via verbouwingslogica. Bij nieuwbouw werkt het fundamenteel anders. Er is geen taxatierapport, maatregelen zijn vanaf dag één ‘ingebakken’ in het ontwerp, en de financiering loopt via koop-/aannemingsovereenkomsten en projectontwikkeling.

Daarom kun je stellen dat nieuwbouw om een eigen financieringslogica vraagt, die aansluit op het ontwikkelproces. Dat legitimeert aparte hypotheekruimte voor KAN-pakketten in nieuwbouw, en vraagt tegelijk om andere datastromen tussen ontwikkelaar en financier, en vroegtijdige zekerheid voor kopers over wat wel en niet meegefinancierd kan worden.

2. Parallel met energiezuinige maatregelen en advocacy richting Nibud
Sinds 2024 houden de wettelijke leennormen voor hypotheekverstrekkers expliciet rekening met het energielabel van een woning. Het energielabel is daarmee een belangrijke factor geworden bij het bepalen van de leencapaciteit van woningkopers.

Als we willen dat ook natuurinclusieve en klimaatadaptieve maatregelen een centrale rol gaan spelen, dan vraagt dat om aanpassingen in wet- en regelgeving door de Rijksoverheid. Concreet: de ministeries van BZK en Financiën laten zich adviseren aan de hand van het jaarlijkse Rapport advies hypotheeknormen van Nibud. Bij de berekening van de leennormen houdt Nibud rekening met betaalbaarheid, hanteerbaarheid en robuustheid. De groen-blauwe maatregelen moeten – volgens de huidige uitgangspunten – aantoonbaar lagere financiële lasten voor kopers opleveren. Willen we als sector dat groen-blauwe waarden mee gaan tellen in de hypotheek, dan moeten we in gesprek gaan met Nibud, en dit aspect goed onderbouwen.

3. Data als collectieve opgave
Banken vragen terecht om gevalideerde data over de werking en impact van KAN-maatregelen, maar die opgave kan niet alleen bij de individuele ontwikkelaar worden neergelegd. Meerdere projectontwikkelaars die zijn aangesloten bij het KAN platform pleiten voor een sectorbrede aanpak waarin data over natuurinclusieve en klimaatadaptieve maatregelen onafhankelijk worden verzameld, gestandaardiseerd en digitaal ontsloten. Bijvoorbeeld via landelijke kaders van RVO en het Programma Natuurinclusief Wonen. Denk aan as-built gegevens, monitoring van biodiversiteit, hitte en wateropvang, en koppelingen met waardedata, als een collectieve infrastructuur waar ontwikkelaars, banken en overheden allemaal op kunnen aansluiten.

4. Gebied en kavel samen financieren
De grootste waarde van natuurinclusief en klimaatadaptief ontwikkelen ontstaat niet in de individuele tuin maar op gebiedsniveau: in de kwaliteit van de openbare ruimte, het netwerk van groen-blauwe structuren en in de beleving van de leefomgeving. Hypotheken zijn nu primair gericht op de afzonderlijke woning, waardoor een deel van de impact en waarde buiten beeld blijft. Projectontwikkelaars pleiten daarom expliciet voor financieringsmodellen waarin gebied en kavel samen worden bekeken. Dat opent de deur naar alternatieve modellen naast de klassieke hypotheek: bijdragen van baathouders, impact bonds, publiek-private gebiedsfondsen. Zo kan de werkelijke waarde van natuurinclusieve gebiedsontwikkeling ook financieel worden erkend.

Call to action!
Aan financiers: ontwikkel hypotheekruimte voor nieuwbouw die ook groen-blauwe maatregelen erkent, op basis van gestandaardiseerde pakketten die passen bij het ontwikkelproces. Koppel die proposities aan een expliciete waarde-benadering in plaats van alleen risicobeperking.

Aan overheid & toezichthouders: veranker natuurinclusieve en klimaatadaptieve maatregelen in NHG, Nibud-advies, AFM-richtlijnen en fiscale kaders (Box 1), naar analogie van de manier waarop het energielabel nu al is opgenomen in leennormen en regelgeving.

Aan de sector: werk samen aan eenduidige standaarden voor monitoring en rekenmethodieken, maak datadeling mogelijk via een onafhankelijke infrastructuur, en schaal op via gebiedspilots waarin ontwikkelaars, banken en overheden gezamenlijk leren. Werk aan de opleiding van adviseurs en tussenpersonen, zodat de mogelijkheden van groen-blauwe maatregelen net zo bekend worden als de mogelijkheden voor energiebesparing.

Jeroen Vanson bevestigt dat vrijwel alle bovengenoemde actiepunten ook deel uitmaken van de vervolgstappen van het Programma Natuurinclusief Wonen in 2026. Overige actiepunten van het Programma zijn het verbeteren van informatievoorziening voor huiseigenaren (bestaande bouw) en de ontwikkeling van een trainingsmodule voor hypotheekadviseurs. Partijen die zich bij deze coalitie willen aansluiten kunnen contact opnemen via jeroen.vanson@impacteconomyfoundation.org (06-51360630).

Wil je reageren op dit artikel? Stuur dan een mail naar info@kanbouwen.nl

Tekst: Anton Coops
Beeld: BPD en AM

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.