Kwaliteit van de openbare ruimte staat op één in Cruquius en Rieteiland-Oost
Verslag van de KAN-excursie naar de Amsterdamse wijken Cruquius en Rieteiland-Oost (IJburg) op 26 mei – door Anton Coops
De transformatie van de Amsterdamse wijk Cruquius laat zien dat een rafelig industrieterrein kan veranderen in een biodiverse, stoere, sociale haven – als je de openbare ruimte maar consequent de hoofdrol geeft. Het resultaat is heel mooi, maar je kunt nóg een stap verder gaan. Rieteiland-Oost is een opgespoten eiland zonder geschiedenis. BURO LUBBERS heeft deze maagdelijke plek een unieke landschappelijke identiteit gegeven, die doorwerkt in de openbare ruimte, de architectuur, de erfafscheidingen én de forse huisbomen op de kavels. En dat is echt een feest voor het oog.
Op 26 mei 2026 is het heet in Amsterdam, heel heet voor de meimaand. Echt een dag waarop er allerlei hitterecords sneuvelen. En daarmee wordt de KAN excursie naar Cruquius en Rieteiland-Oost ook een beetje een klimaatbestendigheidstest. Hoe doet de openbare ruimte het bij temperaturen boven de 30 graden? In Cruquius is het rond een uur of twee ‘s middags gezellig druk op de boardwalk langs de Entrepothaven. Overal zonnende mensen; recreatie recht voor de deur. En ook op Rieteiland-Oost is het gelukkig prima uit te houden dankzij de vele bomen en het verkoelende water.

De lessen van Amvest en BURO LUBBERS
- Investeer in het maaiveld: De openbare ruimte is de enige constante in een gefaseerde ontwikkeling van 20 jaar. Een hoogwaardig maaiveld betaalt zich bovenal terug in de vorm van meer sociale cohesie, wat gunstig is voor de waarde van het vastgoed.
- Natuurinclusiviteit integreren vanaf de ‘nul-situatie’: Integreer elementen zoals mosselschortjes, vlinderlinten en nestkasten vanaf de eerste schets. En durf te kiezen voor beplanting die de stad van de toekomst (met haar hitte-uitdagingen) aankan.
- Omarm flexibiliteit: Een spelregelkaart kan een goed instrument zijn om op hoofdlijnen te sturen op kwaliteit, en daarbinnen de markt keuzes te laten maken, inclusief experimenten.
- Monitoring borgen: overweeg om bewoners en organisaties als het IVN en de Vogelbescherming te betrekken bij het monitoren van stedelijke ecosystemen.

Spelregelkaart
De excursie begint in het fraaie, koele kantoor van Amvest aan de Zeeburgerkade. Pieter-Jan Kuijs (ontwikkelingsmanager bij Amvest) en Peter Lubbers (landschapsarchitect en stedenbouwkundige bij BURO LUBBERS) geven twee inleidende presentaties. Pieter-Jan schetst om te beginnen de geschiedenis van het gebied en de aanpak van Amvest (zie ook dit artikel van Kees de Graaf). Uitgangspunt was de ontwikkeling van een kwalitatief hoogwaardig gebied, en borging van de kwaliteit door zoveel mogelijk zelf de regie in handen te houden. De gemeente Amsterdam werkte hieraan mee door te sturen op basis van een overzichtelijke Spelregelkaart. Op slechts 2 A4’tjes werden de kernkwaliteiten vastgelegd, zoals de doorsneden/zichtlijnen en hoogteaccenten, de boardwalk, oog voor industrieel erfgoed, 50% bedrijvigheid in de plint en parkeren ondergronds. Er is geen beeldkwaliteitsplan en de ontwikkeling is welstandsvrij. Dé grote kwaliteit van het gebied is het water.
Cruquius is een voormalig industrieterrein, en de forse kosten voor afvoer van vervuilde grond – op sommige plekken tot € 10.000 per vrachtwagen – bepaalden mede waar de bouwblokken zijn gepositioneerd, en waar ondergronds parkeren mogelijk is.

Biodiversiteit
Wat betreft natuurinclusiviteit werden er vooraf geen regels opgelegd door de gemeente (de Spelregelkaart is opgesteld in 2012). Pieter-Jan geeft aan dat de aandacht voor plant en dier ‘organisch’ is ontstaan tijdens het ontwikkelproces. Dit heeft onder andere geresulteerd in het handhaven van de oude kademuur-met-varens, nieuwe voorzieningen voor mossels, een handig trapje voor de eenden en drijvende planten in baskets. Het effect van deze maatregelen wordt helaas niet gemonitord door de gemeente.
Ecologische maatregelen in Cruquius
boven water
– Vlinderlint: een langgerekt netwerk van waardplanten en bomen in verschillende maten, en plantverbanden die een ecologische verbinding vormen met de rest van de stad;
– Toepassing van (inheemse) beplanting: vogel, vlinder en bijenlokkend;
– Faunavoorzieningen: in de gevels van de nieuwe blokken zijn nestkasten voor de gierzwaluw, huismus en vleermuizen geïntegreerd;
– Groene Daken: de daken fungeren als stapstenen voor insecten en vogels, en mitigeren de hittestress.
onder water
– Mosselschortjes: onder de drijvende boardwalk zijn innovatieve mosselschortjes geplaatst, deze fungeren als bio-filters voor de waterkwaliteit en bieden een schuilplaats voor vissen;
– Kademuur-varens: tijdens de renovatie van de oude muren zijn de zeldzame varens gespaard. Dankzij goede afstemming met de aannemer werd de ecologie van het havengebied zo beter behouden.

Monitoring
Peter Lubbers neemt het stokje over van Pieter-Jan en ook hij benadrukt dat het jammer is dat er niet gemonitord wordt: “Een gemeentelijke ecoloog zou dat gaan doen. Ook omdat we hier vanuit een nul-situatie beginnen. Het is er alleen nooit van gekomen.” De zaal reageert: de gemeentelijke ecoloog mist vaak de middelen. Het alternatief is om bewoners via organisaties als het IVN en de Vogelbescherming actiever te betrekken bij het monitoren van stedelijke ecosystemen.
De inrichting van Cruquius
Peter begint met een algemene introductie over BURO LUBBERS. Hij laat een paar spraakmakende projecten zien, zoals het integrale regenwatersysteem voor de aan elkaar grenzende woonwijken Celsius, Vredeoord en De Grote Beek in Eindhoven. Dan kraakt hij een paar kritische noten. In de voorbereiding is er heel kritisch gekeken naar andere eilanden. Peter typeert Java-eiland als een “monocultuur”. Mooi, maar ecologisch beperkt. Sporenburg heeft een “hard” karakter, groen speelt nauwelijks een rol in de dagelijkse beleving. Dat kan beter.
Dan bespreekt hij de inrichting van de openbare ruimte op hoofdlijnen, te beginnen met het wijkbrede tapijt van gebakken klinkers, dat de toon zet. De erven die haaks op de Cruquiusweg staan geven zicht op het water, terwijl de drijvende boardwalk direct contact faciliteert. In de binnenhoven vind je grote, stoere roestbruine plantenbakken die mooi aansluiten op de industriële ‘relicten’. Het langgerekte vlinderlint werd al vroeg aangelegd, waardoor je meteen begint met het aantrekken van insecten.
Peter: “De kade is autovrij, wat een enorme rust en stilte geeft. We hebben destijds ook bekeken welke maten je nodig hebt voor calamiteiten, het inrijden en draaien. Als ik daar nu op terugkijk zou ik zeggen dat er nog wel wat verharding vanaf kan.”

Beplanting
Tijdens de wandeling door de wijk valt op dat een deel van de beplanting niet is gecoördineerd door BURO LUBBERS. Sommige dwarsstraten hebben daardoor wat meer een ‘tuincentrum’ uitstraling, die waarschijnlijk goed valt bij de bewoners, maar ook wat minder doet voor de biodiversiteit. Bij een horecagelegenheid zien we zelfs een paar palmbomen, wat herinnert aan een eerdere uitspraak van Peter Lubbers over het toepassen van niet-inheemse soorten: “Voor mij hoeft niet altijd alles inheems te zijn. De Koelreuteria (Lampionboom) is daar een perfect voorbeeld van. Als je in juli langs een bloeiende Koelreuteria loopt, hoor je het zoemen van een enorme hoeveelheid hommels en bijen. Deze boom presteert fantastisch in de hitte van de stenige stad. Het gaat om de functie binnen het ecosysteem.”
Een ander opvallend detail is de komst van de populaire buslijn 42. Die rijdt hier pas sinds kort. Pieter-Jan constateert nuchter: “Dat vraagt jaren voorbereiding en een beetje duwen en trekken.”

Rieteiland-Oost
Vervolgens rijden we per auto een paar kilometer oostwaarts, naar Rieteiland-Oost. Hier zie je hoe een high-end villamilieu kan floreren. Het kleinste eiland van IJburg, maar ook de plek met het meest natuurlijke karakter, want op Rieteiland-Oost is gekozen voor een raamwerk waarin de natuur leidend is. Het ontwerp speelt in op de beperkingen van de schrale zandgrond (volgens kenners een heel bijzondere schrale zandgrond, maar dat is een ander verhaal) en de stevige zeewind. Die combinatie van factoren leidde tot een specifieke vegetatiestructuur, speciaal ontworpen voor deze plek.
Recept voor een unieke natuurlijke identiteit
Inspiratiebron: het duingebied.
Natuurlijke ingrediënten:
– twee soorten pinus (zwarte dennen en vliegdennen) domineren het beeld. Deze soorten blijven groen in de winter;
– De ‘huisbomen’ op de kavels zijn door de bewoners zelf gekozen uit een lijst: olijfwilg, tamarisk en larix;
– De erfafscheidingen bestaan uit hagen van duindoorn die voorkomen dat de zanderige grond verstuift;
– De oevers zijn voor iedereen bereikbaar en worden ecologisch beheerd, er zijn drie collectieve aanlegsteigers en 50 individuele.
Hoe borg je rust en stilte?
De brug naar het Diemerpark is alleen toegankelijk voor fietsers en voetgangers, voor bestemmingsverkeer gelden 30 km zones.

Beplanting als bindmiddel
Iedere kavel heeft een eigen architect, en daarmee ligt een zekere mate van visuele chaos op de loer. Voor ieder perceel is dan ook een kavelpaspoort opgesteld. Daarnaast functioneert het groene raamwerk met de informele hoven, wiggen en hagen als natuurlijke ‘lijm’ die de architectonische diversiteit naadloos verbindt. Simpele spelregels (compacte volumes, platte daken, natuurlijke materialen) zorgen ervoor dat de woningen ondergeschikt blijven aan het landschap. Het voorgeschreven natuurlijke kleurenpalet maakt de beeldregie compleet, wat op kavelniveau goed is af te zien aan de werkelijk perfecte harmonie tussen huis en (forse) huisboom.
Tennisles
Het enige element op Rieteiland-Oost dat volgens critici visueel wat uit de toon valt is het ‘iconische’ knallend rode clubgebouw van Tennisclub IJburg. Een ontwerp van Winy Maas van MVRDV, en tevens de plek waar deze excursie wordt afgesloten met een drankje en een hapje. Werkelijk ieder element van dit sportcomplex is gravelrood, en begroeiing ontbreekt. Heel bijzonder. Terwijl de jeugd van Rieteiland-Oost in de verzengende hitte tennisles krijgt, praten de deelnemers na over een geslaagde excursie.
Cruquius
Programma:
VS koop- en VS- en midden huurwoningen en sociale woningen: ca. 1700
commerciële ruimte: ca. 14.000m2 waaronder voorzieningen als supermarkt, horeca en bedrijvigheid
Ontwikkelaar: AMVEST
Openbare ruimte: BURO LUBBERS
Start verwervingen 2007
Ontwikkeling: vanaf 2012
Start bouw 1e fase: 2015
Oplevering laatste fase: beoogd 2030
Opdrachtgever: AMVEST, namens Gemeente Amsterdam en Stichting Cruquius 2015
Rieteiland-Oost
Programma:
Koopwoningen: 100 vrije kavels van gemiddeld 350 m2 per kavel
Openbare ruimte:
BURO LUBBERS: Stedenbouwkundig plan, inrichtingsplan/openbare ruimte, kavel paspoort
Start ontwikkeling: 2003
Start bouw 1e fase: 2007-2008
Oplevering laatste fase: 2018
Opdrachtgever: 4 samenwerkende consortia te IJburg waterstad