Langs innovaties voor natuur in de gebouwde omgeving - KAN bouwen

Langs innovaties voor natuur in de gebouwde omgeving

Verslag van de rondleiding ‘Natuur op gebouwen’ in The Green Village tijdens het KAN Congres 2026 – door Paul Diersen

The Green Village in Delft, fieldlab op de TU Delft Campus en tevens locatie van het KAN Congres 2026, heeft met NatuurBuurt een nieuwe proeftuin voor producten en oplossingen die natuur in de gebouwde omgeving bevorderen. Verslag van een rondje langs verschillende innovaties.

Esther Blom leidt de deelnemers aan deze KAN-deelsessie rond op The Green Village, een regelluwe testomgeving waar innoverende ondernemers en wetenschappers al 12,5 jaar lang experimenteren. De rondleiding komt langs een aantal innovaties, waaronder die van de nieuwe proeftuin NatuurBuurt.

Lessen uit The Green Village

  • Door KAN-maatregelen te testen en te onderbouwen met data is de impact ervan te meten. Dat leidt tot betere inzichten en plannen.
  • Gecombineerde waarden komen niet altijd tot uiting in bijvoorbeeld subsidiemogelijkheden.
  • Scheid duurzaamheidsthema’s niet strikt van elkaar. Het samenpakken van thema’s zorgt voor een krachtiger verhaal met meer impact. 

Rainwater Wall is halte nummer 1 en de naam van een geïntegreerd regenwateropvang- en zuiveringssysteem. Regenwater wordt daarbij voorgezuiverd opgevangen in een tank. Die tank is in hoogte en breedte uit te breiden en kan zo bijvoorbeeld dienstdoen als erfscheiding en groene wand. Sensoren meten hoeveel vocht er in het substraat van die groene wand zit. Wordt het te warm, dan stuurt de tank extra water. Gekoppeld aan data van het KNMI laat de tank ook water wegspoelen vóórdat een heftige regenbui losbarst. Het riool is op dat moment nog niet overbelast. Zo ontstaat er extra buffercapaciteit. Verder zet Rainwater Wall op het terrein van The Green Village het regenwater ook in voor de irrigatie van een groene gevel en voor glasbewassing. In een loods wordt het bovendien opgewaardeerd tot gezuiverd regenwater. “The proof of the pudding is in the eating”, zegt ondernemer Martijn Nitzsche terwijl hij op het punt staat een slok te nemen. “Het smaakt naar ijswater. Wie volgt?” Vingers gaan omhoog, het bekertje gaat rond. “Lekker”, is de conclusie.

Groen en blauw op daken en gevels
Water bufferen is ook één van de functies van ROEF. Knaapen Groep verduurzaamt veel bestaande woningen en zag kansen om een hellend dakelement te ontwikkelen dat zorgt voor isolatie, vergroening, biodiversiteit, waterbuffering en energieopwekking. De beplanting – half sedum en half inheemse kruiden – zorgt voor veel biodiversiteit. Nestkastjes en bijenhotel zijn geïntegreerd in het overstek.

Het dak zelf zorgt voor 30 liter per m2 opname van regenwater. Verder werkt ROEF op The Green Village met een waterbuffer, aangestuurd door sensoren. Een uitkomst voor een wijk met veel wateroverlast. Knaapen Groep paste ROEF al toe in meerdere projecten van formaat, zoals een renovatie van 127 woningen voor woningcorporatie Trudo.

Van daken naar gevels: Leafy maakt gevelcassettes waarin groen kan groeien, met afwerking van materialen die al in de bouw gangbaar zijn: Accoya hout, bamboecomposiet en steenstrips. Op The Green Village zijn de cassettes bevestigd op de buitenmuur, maar het idee is dat ze de daadwerkelijke gevelafwerking vormen. Het groen wordt gevoed met afgetapt regenwater en zorgt op die manier voor minder onderhoud en functioneel goed groen.

Parkeren
Langs twee verschillende vergroende parkeerplaatsen van Park Positive en Solid Green van Swaans Infra dan. Ook die hebben een verhaal. Ze voegen groen toe in de openbare ruimte, maar hoe dik moet de laag substraat eronder idealiter zijn? Welke groensoorten doen het goed en zijn zo onderhoudsvrij mogelijk? “Die variabelen testen we hier met regensimulaties”, zegt Blom. “Wat doet dan de ondergrond, zeker in vergelijking met een versteende ondergrond?”

Regen simuleren is deze middag niet nodig: de paraplu’s worden halverwege de ronde uitgeklapt.

Vogels, insecten en amfibieën
Op The Green Village is met de NatuurBuurt ook aandacht voor het amfibievriendelijk maken van de gebouwde omgeving. Pad uit de Put is een project van RAVON, kennisorganisatie voor reptielen, amfibieën en vissen. Dat padden tijdens de paddentrek worden doodgereden is algemeen bekend, maar ze verdwijnen ook veel in kolken op straat. Een eenvoudige paddentrap is daar een oplossing voor.

Even daarvoor al houdt de ronde halt bij Luistervink. Een project dat drie jaar geleden in de stad Utrecht begon als “leuk initiatief om mensen meer bewust te laten worden van natuur in hun omgeving”, legt oprichter Gijs Straathof uit. In stadsparken plaatsen ze kastjes met een microfoon. Zo’n kastje luistert continu en draait een AI-model dat vogelgeluiden herkent.

Inmiddels is Luistervink op 100 locaties actief en verzamelt het bergen data. Daar wil Luistervink validatie-tooling en input van ecologen aan toevoegen. Zo verbetert de kwaliteit van de data en kan die worden gebruikt om locaties met elkaar te vergelijken en om te meten wat de impact is van vergroeningmaatregelen. Het is, zo vult Blom het verhaal aan, één van de grote uitdagingen voor wie een proeftuin opzet op het gebied van biodiversiteit en natuurinclusiviteit. “Want hoe weten we nu of we het goed doen? Dit is één van de vraagstukken waar wij ons met wetenschappers, studenten en innovatoren mee bezig gaan houden.”

Data
Ook Bioto houdt zich bezig met verzamelen van data. Iedere gemeente moet laten zien dat stedelijk groen niet verslechtert en zelfs aantoonbaar verbetert. Er is satellietdata beschikbaar, er zijn ecologen inzetbaar, maar Plantenluisteraar wil een boost geven aan de beschikbare kennis met een paal voorzien van sensoren, die in een wadi, tuin of wijk komt te staan. De Plantenluisteraar meet de omstandigheden waar een plant in staat, zoals temperatuur en luchtvochtigheid. Het moet leiden tot betere inzichten en betere onderhoud- en beheerplannen.

Duurzaamheidsthema’s niet scheiden
Ook het platte dak van het kantoor (Office Lab) op The Green Village is ingericht als groen dak. Wildr doet er met universiteiten onderzoek naar de werking van verschillende typen dakbloemenweides met inheemse planten. Daar zijn pv-panelen aan toegevoegd. Zo ontstaat een win-winsituatie, want de planten hebben baat bij de schaduw van de panelen. Die presteren op hun beurt beter omdat het groen zorgt voor een koeler dakoppervlak.

Die gecombineerde waarden komen niet altijd tot uiting in bijvoorbeeld subsidiemogelijkheden, ziet Katinka Quintelier namens Wildr. Subsidieverstrekkers focussen volgens haar te veel op één duurzaamheidselement, terwijl een multifunctioneel dak veel meer voordelen biedt.

Dat is tegen het einde van de rondleiding ook een conclusie die Blom trekt: scheid duurzaamheidsthema’s niet strikt van elkaar. “Hoe meer je bij elkaar pakt, hoe krachtiger je verhaal uiteindelijk is en hoe meer impact je kan hebben.”

Uitsmijter van het rondje: de Boomveer.  Een metalen structuur met een zak waarin een boom is geplant. Wortels kunnen niet eindeloos groeien, de boomkronen niet eindeloos ontwikkelen – het is beperkt, maar op locaties waar de ondergrond grote boombakken niet toelaat een oplossing. Zoals op parkeerdekken of dakterrassen. Een kastje met sensor meet of de boom voedingsstoffen of water nodig heeft en brengt dat geautomatiseerd bij. “Zo kunnen we bomen plaatsen op een plek waar dat voorheen onmogelijk leek.”

Foto’s ©HEIJBLOM fotografie

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.