Richtlijnen voor de insectvriendelijke stad - KAN bouwen

Richtlijnen voor de insectvriendelijke stad

Collectief Natuurinclusief, EIS Kenniscentrum en Natuur & Milieu hebben nieuwe ecologische richtlijnen gepubliceerd voor de insectvriendelijke stad. In de kern hebben steden aaneengesloten groengebieden nodig van minimaal 8.000 m², ongeveer de grootte van een voetbalveld, om insectenpopulaties te kunnen dragen en herstellen. Verspreid door de stad, verbonden met elkaar, en ingericht met inheemse soorten, structuurvariatie en pesticidenvrij beheer.

Insecten vormen de basis van vrijwel elk ecosysteem. Ze bestuiven onze voedselgewassen, voeden vogels en vleermuizen, en houden de bodem gezond. Toch verloren ze in Nederland sinds 1990 zo’n 75% van hun biomassa. De oorzaken zijn bekend: habitatverlies, verstedelijking, pesticiden. Het is dus hoog tijd om gezamenlijk actie te ondernemen.

Breda als levend bewijs dat het werkt
Steden hoeven niet te wachten op grote beleidstrajecten. Breda laat als eerste National Park City van Europa zien hoe insectvriendelijke inrichting vandaag al mogelijk is: groene kades met holtes voor muurplanten en insecten, tiny forests die verstening doorbreken, en buurtinitiatieven die wijken stap voor stap groener maken.

Jij kunt ook aan de slag gaan
De richtlijnen, te vinden in de Handreiking insectendiversiteit in de bebouwde omgeving zijn bedoeld als inspiratie én als werkbaar kader. Voor gemeenten, ontwikkelaars en bedrijventerreinen die willen bijdragen aan insectenbiodiversiteit in de bebouwde omgeving. Er is ook een praatplaat beschikbaar.

De richtlijnen in het kort

Creëer natuurkernen: Zorg voor natuurkernen verspreid door de stad. Elke kern is minimaal 0,8 hectare groot en moet voldoen aan de hiernavolgende richtlijnen.

Ecologische connectiviteit: Zorg voor groenblauwe verbindingen tussen leefgebieden. Deze verbindingen kunnen bestaan uit natuurelementen zoals bomenrijen, watergangen, heggen of bermen.

Inheemse soorten: Plant inheemse bomen, struiken en planten die passen bij de regio en waar géén pesticiden zijn gebruikt bij de teelt. Inheemse variatie is belangrijk omdat insecten vaak gespecialiseerd zijn in een specifieke plantensoort. Als een inheemse soort geen optie is, kies dan voor soorten waar insecten nog iets aan hebben. Bijvoorbeeld planten met bloemen waar nectar en stuifmeel in zit.

Variatie en structuur: Breng variatie en structuur aan in het openbaar groen. Zorg voor een gevarieerde beplanting met verschillende soorten bomen, struiken en kruiden. Gelaagdheid is hierbij van groot belang: kies voor soorten met verschillende hoogtes. Geleidelijke overgangen van bomen via struiken naar grasland (mantel-zoom vegetaties) zijn van grote meerwaarde. Breng ook elementen als dood hout, maaiselhopen en keien aan. Zorg voor een reliëfrijke bodem met heuveltjes, kuilen en dijkjes. Graaf flauwere oevers en poelen.

Voedselaanbod: Zorg voor een groot aanbod aan verschillende kruiden, vaste planten, struiken en bomen. Ook op of aan bebouwing liggen kansen voor een insectvriendelijke beplanting, zoals op (groene) daken, op gevels en met heggen in plaats van muren of schuttingen. Koester al aanwezige vegetatie en laat vegetatie zo veel mogelijk spontaan opkomen, omdat die soorten het beste bij de streek passen. Dit geldt ook voor bomen: laat oude bomen staan omdat ze een grote meerwaarde hebben naarmate ze ouder worden.

Nest- en schuilplaatsen: Zorg voor permanent aanwezige nest- en schuilplaatsen, zodat insecten zich kunnen voortplanten en de winter door kunnen komen. Zorg voor warme open plekjes in de bodem zoals door zon beschenen taluds, waar bijen kunnen nestelen en opwarmen. Laat delen van de vegetatie het hele jaar staan zodat dieren er kunnen overwinteren. Laat dood hout staan of breng het aan. Laat bij snoeien altijd een deel van de struiken staan.

Bodem: Houd aandacht voor een gezonde bodem. De bodem biedt een leefomgeving voor talloze insectensoorten, die bijdragen aan de bodemvruchtbaarheid door organisch materiaal af te breken. Een gezonde bodem is de basis voor een divers en veerkrachtig ecosysteem. Betreed daarom de grond zo min mogelijk met zware machines, zodat de bodem niet verdicht raakt en bodemdieren niet verstoord worden. Laat bladmateriaal van bomen zo veel mogelijk liggen, tal van insecten eten dit en helpen daarmee ook de bodemgezondheid op peil te houden.

Water: Water in de stad is essentieel voor insecten. Zorg voor een variatie aan open water, zoals sloten, poelen en stromend water. Leg oevers aan met een flauw talud en laat planten groeien op de overgang van nat naar droog. Voorkom dat alle waterpartijen doorgespoeld worden met hetzelfde water. Zorg bijvoorbeeld voor poelen of ‘stadswadi’s die door regenwater gevoed worden en visvrij zijn.

Pesticidegebruik: In een stad zonder pesticiden kunnen insecten veilig leven en gedijen. Gebruik daarom geen pesticiden in het onderhoud en kies voor pesticidevrij zaai- en plantmateriaal. Zoek daarvoor een betrouwbare leverancier, het liefst met een biologisch keurmerk.

Ecologisch beheer: Beheer het openbaar groen extensief. Maai hetzelfde oppervlak maximaal twee keer per jaar en maai niet alles, maar laat steeds een deel van de vegetatie staan. Voer maaisel af. Doe dit bij alle grazige vegetaties zoals bermen, parken en slootkanten. Let bij snoeiwerkzaamheden op bloeimomenten van struiken en snoei niet alles op hetzelfde moment of in hetzelfde jaar.

Educatie: Communiceer met bewoners en uitvoerders. Licht bewoners voor via bijvoorbeeld communicatiecampagnes en informatieborden. Daarin moet duidelijk worden wat er (anders dan gebruikelijk) gedaan wordt en op een enthousiaste manier worden verteld waarom dit nodig is. Ook kunnen bewoners geïnspireerd worden om meer voor natuur te doen in hun eigen tuin. Haak daarvoor ook aan bij bestaande initiatieven zoals Tegelwippen, de Nationale Bijentelling en de Jaarrond Tuintelling. Zorg ook dat uitvoerders goed geïnformeerd en betrokken zijn zodat ze opdrachten in de openbare ruimte goed kunnen en willen uitvoeren.

Download de Handreiking insectendiversiteit in de bebouwde omgeving en de praatplaat
Lees meer in de Volkskrant of via Change Inc.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.