Hoe houden we nieuwbouw koel in een opwarmend klimaat?
Als je oververhitting van nieuwbouwwoningen wil voorkomen, dan geven TO-juli en een GTO-berekening op dit moment niet genoeg zekerheid. Daarom moeten ontwikkelaars ook zelf hun verantwoordelijkheid nemen en extra rekening houden met het opwarmende klimaat. Met name in een stedelijke of sub-urbane omgeving, en al helemaal in het zuidoosten des lands. In het KAN-webinar over hittebestendige nieuwbouw adviseerde Harm Valk (senior adviseur Nieman RI) om de Ladder van Koeling van OSKA erbij te pakken, en om standaard zonwering toe te passen.
Verslag van het KAN-webinar over hittebestendige nieuwbouw met Harm Valk (Nieman RI) – door Anton Coops
Harm Valk opent het eerste KAN webinar over hittebestendige nieuwbouw met een confronterend voorbeeld van wat er mis kan gaan. In de Cartesiusdriehoek in Utrecht werden kort na de oplevering al provisorische schaduwdoeken gesignaleerd op de balkons. De lokale pers kwam met een verhaal over bewoners die of naar de camping vluchten, of de hele dag in hun onderbroek lopen.
Het onderliggende probleem is dat er op dit moment in feite wordt gebouwd voor het klimaat van vijftien jaar geleden. Dat komt doordat de huidige regelgeving is gebaseerd op verouderde data. Het gevolg: een nieuwbouwwoning die anno 2026 op het nippertje aan de TO-juli eis voldoet, heeft bij oplevering al een comfortprobleem. Tegelijkertijd weten we dat de koelbehoefte in de nabije toekomst blijft stijgen. Dus hoe gaan we dan voorkomen dat Nederland de komende jaren massaal aan de airco gaat?
Gelukkig kan Harm ook iets positiefs melden over de verhitte strijd tegen opwarmende woningen: “Het goede nieuws is dat er op dit moment gewerkt wordt aan een nieuwe versie van de referentieklimaatgegevens in NEN 5060.” En in de loop van het webinar deelt hij een hele serie praktische inzichten die vandaag al kunnen worden toegepast.
De lessen van Harm Valk
- De huidige rekennormen zijn gebaseerd op verouderde statistische gemiddelden, niet op de hete zomers die normaal zijn geworden in de afgelopen jaren.
- Buitenzonwering is de meest effectieve passieve maatregel om de koelvraag te beperken. Dit moet een integraal onderdeel worden van het gevelontwerp (en geen sluitpost voor de bewoner).
- Het stedelijk hitte-eiland effect beperkt zich niet tot grote steden. Ook in sub-urbane gebieden leidt verstening tot aanzienlijk hogere (nachtelijke) temperaturen.
- Hanteer de Ladder van Koeling van OSKA en werk van buiten naar binnen. Begin bij een koele omgeving, dan warmte weren bij de schil, dan passief koelen en pas in laatste instantie actief koelen.
- Focus niet alleen op de piektemperatuur overdag, maar ook op het beperken van de invloed van het groeiend aantal tropennachten (>20 °C). Voldoende afkoeling ‘s nachts is cruciaal voor gezondheid en welzijn.
Locatie, locatie
Als het om hittestress gaat, dan is de precieze locatie van de woning een factor die nog regelmatig verkeerd wordt ingeschat. Dat begint al bij het gebruik van ‘misleidende’ data. De officiële meetgegevens uit De Bilt worden letterlijk verzameld in een grote groene wei! Harm toont het bewijsmateriaal: een foto die een collega maakte op de meetlocatie. De werkelijkheid in Utrecht-centrum, maar ook in stenige nieuwbouwwijken in kleinere kernen, is natuurlijk compleet anders. Daar komt bij dat er een duidelijk verschil is tussen temperaturen aan de kust of in het zuidoosten van het land. En dat verschil gaat de komende jaren helaas alleen maar toenemen. “Maar ja, landelijk uniforme normen zijn hartstikke STOER,” verzucht Harm.

Effectiviteit van maatregelen
Een ander misverstand rond hitte en nieuwbouw is dat er tegenwoordig te veel geïsoleerd zou worden. Isolatie en kierdichting zijn juist ideaal om de hitte buiten te houden. De binnentemperatuur loopt primair op door zontoetreding. Uitkijken dus met grote glaspartijen. Hoewel de markt vraagt om daglicht, moet de grootte en de zontoetredingsfactor (ZTA) van het glas beter worden meegenomen in het ontwerp, en altijd in combinatie met buitenzonwering.
Harm stipt ook de rol van ventilatie met warmteterugwinning aan: de warmtewisselaar in deze systemen helpt om de warme buitenlucht in de zomer deels te koelen voordat deze de woning binnenkomt. De thermische massa heeft ook invloed, maar die is vaak beperkt tot een faseverschuiving (uitstel van opwarming) wat met name in een aanhoudende hittegolf onvoldoende soelaas biedt.
Nummer één: buitenzonwering
Als we kijken naar de twee tabellen die rekenresultaten mét buitenzonwering afzetten tegen de resultaten zonder (zie ook p. 16 presentatie) dan is het verschil werkelijk enorm. Bij toepassing van buitenzonwering gaat de temperatuur in huis van ronduit oncomfortabel naar aangenaam, of op z’n minst beheersbaar.

Maar Harm ziet ook een risico: in het 2050-scenario loopt het aantal GTO-uren, zelfs mét zonwering, op naar 1377. Zonwering alleen is dus niet genoeg meer over een paar decennia; de omgeving en passieve koeling moeten ook worden ingezet.
Windbelasting
Bij hoogbouw vormt de windbelasting een extra complicatie: traditionele zonwering kan op grote hoogte vaak niet veilig worden toegepast. Dit vraagt om een aanpassing in het ontwerpproces: we moeten naar windvaste systemen (zoals zip-screens), zonwering tussen de glasbladen of architectonische overstekken die al in de eerste ontwerpfase worden meegenomen.
Ladder van Koeling
OSKA heeft een Ladder van Koeling geïntroduceerd, die Harm Valk van harte aanbeveelt. In feite gaat het om een heel compact keukentrapje, dat bestaat uit een paar logische stappen.
Ladder van koeling
1. Koele omgeving: Kijk naar de stedenbouwkundige context. Focus op groen, blauw, en een slimme oriëntatie (westgevels zijn kritisch) want een koele wijk is de beste airco.
2. Warmte weren: Optimalisatie van de thermische schil en het toepassen van buitenzonwering. De must have is buitenzonwering als integraal onderdeel van het architectonisch ontwerp én het budget.
3. Passief* koelen: Zomernachtkoeling met oog voor inbraakveiligheid en insectenwering.
4. Actief koelen: Het laatste redmiddel. Los bouwkundige tekortkomingen niet op met extra techniek die de MPG-score en de energierekening onder druk zet.
* Harm Valk ziet tussen stap 3 en 4 ook nog een aantal slimme technische ingrepen, zoals ventilatie met WTW, koeling via een bodemwarmtepomp en automatisering van de zonwering.
Airco in opkomst
Verlammende netcongestie of niet, TNO voorspelt dat het elektriciteitsgebruik door airco’s in 2030 bijna zal verdrievoudigen ten opzichte van 2022. Hierdoor stijgen de energielasten voor bewoners, en de extra apparatuur verslechtert mogelijk de MPG-score van het gebouw (wat overigens alleen gebeurt als de airco direct in de aanvraag omgevingsvergunning wordt meegenomen). Investeren in passieve maatregelen is dus zowel energetisch als qua materiaalgebruik de betere keuze.
“Gebruik dus de hele gereedschapskist” is de take-home message van Harm Valk. We hebben nu al de kennis en de techniek om hittebestendig te bouwen. Het is vooral een kwestie van professionele ambitie, om voortaan woningen op te leveren die ook in een opwarmend klimaat een gezond en comfortabel thuis bieden.
Download: presentatie van Harm Valk
Het tweede KAN-webinar over hittebestendig ontwikkelen vindt plaats op dinsdag 30 juni. Sanda Lenzholzer deelt haar leerpunten op het gebied van klimaatbewust ontwerpen in de buitenruimte van steden.