De impact van de Natuurherstelverordening (NHV) op stedelijke ontwikkeling - KAN bouwen

De impact van de Natuurherstelverordening (NHV) op stedelijke ontwikkeling

Verslag van het LVVN-webinar Natuurherstelverordening voor gemeenten, dat plaatsvond op 18 juni 2026 – door Anton Coops 

De Europese Natuurherstelverordening (NHV), die sinds 18 augustus 2024 van kracht is, laat zien dat er een principiële verschuiving plaatsvindt in het Europese en nationale natuurbeleid. Waar voorheen de nadruk lag op de bescherming van bestaande natuurwaarden, schrijft de NHV een veel actievere en resultaatgerichte herstelplicht voor. Het uiteindelijke doel is het ombuigen van de trend in biodiversiteitsverlies. Volgens onderzoeksinstituut Naturalis is Nederland zo ongeveer wereldkampioen als het gaat om biologische verschraling, dus we moeten serieus aan de bak.   

Het LVVN-webinar van 18 juni 2026 over de Natuurherstelverordening was bedoeld voor gemeentelijke beleidsadviseurs en ruimtelijke planners, en werd ook goed bezocht door medewerkers van waterschappen en provincies. Deze professionals zullen de komende maanden nog veel te horen krijgen over de NHV, want Nederland moet uiterlijk op 1 september 2026 een Ontwerp-Natuurplan indienen bij de Europese Commissie. Dit plan gaat primair over de doelen voor 2030. Daarnaast bevat het een strategische doorkijk naar de doelen voor 2040 en 2050.

Het Ontwerp-Natuurplan is een eerste stap; het zal verder uitgewerkt worden tot het definitieve Natuurplan, dat uiterlijk 1 september 2027 ingediend moet worden bij de Europese Commissie. Zie het als een soort draaiboek op hoofdlijnen, dat de voorgenomen herstelmaatregelen per ecosysteemtype beschrijft en aangeeft hoe tussentijdse doelen gerealiseerd gaan worden. Overigens start de publieksconsultatie over het Ontwerp-Natuurplan en de bijbehorende milieueffectrapportage in oktober 2026.

Wat kunnen we nu al doen?
Hoewel het Ontwerp-Natuurplan nog niet is vastgesteld, zijn de kaders duidelijk. Je kunt nu al anticiperen op:

Implementatie van bijenlandschappen en méér ruimte voor natuur: Integreer de richtlijnen uit de Nationale Bijenstrategie in lopende gebiedsontwikkelingen. En hoewel veel praktische details de komende tijd nog worden ingevuld, is het goed om nu al in je achterhoofd te houden dat er vaak méér ruimte zal moeten worden vrijgespeeld voor natuur. Houd ook rekening met het compenseren van verlies van stedelijk groene ruimte en boomkroonbedekking. De Handreiking Groen in en om de Stad biedt praktische aanknopingspunten voor vergroening, rekening houdend met biodiversiteit, klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving. Na de zomer wordt versie 2.0 van deze handreiking gepubliceerd.

Ecologische nulmeting en inventarisatie: De huidige staat van stedelijk groen en habitattypen moet in kaart worden gebracht. Gebieden met een ‘onbekende toestand’ moeten worden geïdentificeerd. Een groot deel van het bijbehorende monitoring-apparaat wordt op nationaal niveau ingericht.

Integratie in de financiële planning: Maak in projectbegrotingen alvast onderscheid tussen eenmalige inrichtingskosten en de structurele kosten voor ecologisch beheer en monitoring.

Data-architectuur: Gemeentelijke informatiesystemen moeten straks compatibel zijn met Europese standaarden (o.a. Copernicus-data). Je kunt je alvast verdiepen in de vereisten voor monitoring van boomkroonbedekking. Ook hiervoor geldt dat monitoring veelal op nationaal niveau wordt ingericht.

Stedelijke ecosystemen  
Artikel 8 van de NHV gaat specifiek over stedelijke ecosystemen. Dit artikel heeft dus de meeste impact op gemeentelijke ruimtelijke ordening en op de bouwsector. De kernopdracht is om tot en met 2030 nettoverlies aan oppervlakte stedelijke groene ruimte en boomkroonbedekking te voorkomen, ten opzichte van het moment van inwerkingtreding van de EU NHV. Vanaf 2031 moet er een toenemende trend worden gerealiseerd in stedelijke groene ruimte (op nationaal niveau) en boomkroonbedekking (in ieder stedelijk ecosysteem) totdat het ‘bevredigende niveau’ is gerealiseerd. Wat dat bevredigende niveau precies is, moet nog worden vastgesteld. Uiterlijk eind 2028 komt de Europese Commissie met richtlijnen waarbinnen de lidstaten het bevredigende niveau vaststellen. 

Voor nieuwbouwprojecten die binnen de begrenzing van het stedelijke ecosysteem vallen betekent dit concreet dat elke afname van stedelijk groen op de projectlocatie ergens binnen het stedelijke ecosysteem gecompenseerd moet worden.

Voor nieuwbouwprojecten die binnen de begrenzing van het stedelijke ecosysteem vallen betekent dit concreet dat elke afname van stedelijk groen op de projectlocatie ergens binnen het stedelijke ecosysteem gecompenseerd moet worden. Compensatie voor zowel stedelijke groene ruimte als boomkroonbedekking mag tot en met 2030 op nationaal niveau, vanaf 2031 geldt een verplichting omtrent boomkroonbedekking binnen ieder afzonderlijk stedelijk ecosysteem.

Monitoring
Tijdens het webinar kwamen er – begrijpelijk – heel wat vragen binnen in de chat over monitoring en verslaglegging. Dit zijn echter onderwerpen die nog wat administratieve finetuning vergen in de komende maanden, bijvoorbeeld als het gaat om de precieze afbakening van stedelijke ecosysteemgebieden, of het koppelen van bepaalde hersteldoelen aan specifieke wijken of transformatiegebieden.

Een andere verplichting is het in kaart brengen van habitattypen waarvan de toestand nog ‘onbekend’ is. Nederland moet in 2030 ten minste 90% van de habitattypen geïnventariseerd hebben. De huidige kwaliteit van de stedelijke randgebieden moet dan vaststaan.

Bestuivers in de gebouwde omgeving
Bestuivers vormen een goede indicator voor het algemene herstel van de biodiversiteit. De NHV verplicht lidstaten om de achteruitgang van bestuiver-populaties uiterlijk in 2030 te hebben omgebogen. Ook hier is de praktische vraag vanuit de gemeenten: hoe ga je dat monitoren? Denk onder andere aan de invoering van systematische tellingen van populaties, uitgesplitst naar landbouwecosysteem-, bosecosysteem- en stedelijke ecosysteem-locaties die door de EU zijn aangewezen op basis van het zogenaamde LUCAS-grid. Hiervoor geldt dat monitoring wordt ingericht op nationaal niveau.

De Nationale Bijenstrategie geeft in grote lijnen aan hoe ontwikkelaars nu al kunnen bijdragen aan het creëren van kansrijke of aantrekkelijke gebieden voor bestuivers. Beproefde methoden zijn het aanleggen van ecologische verbindingen tussen groene kerngebieden in de stad en integratie van geschikte beplanting en nestgelegenheden in gebouwontwerpen en in de openbare ruimte.

Tijdlijn NVH

2024-2026: Indiening Ontwerp-Natuurplan uiterlijk 1 september 2026. De eerste monitoringpilots voor bestuivers vinden plaats in 2025 en 2026.
2030: Achteruitgang van bestuivers moet gestopt zijn, herstelmaatregelen genomen voor ten minste 30% van de oppervlakte van habitattypen die niet in goede staat verkeren. Geen nettoverlies van stedelijk groen, en de toestand van 90% van de oppervlakte van habitattypen moet bekend zijn.
2032: Evaluatiemoment.
2040: Herstelmaatregelen genomen voor ten minste 60% van de oppervlakten die niet in goede staat verkeren, en kennishiaten over habitatkwaliteit voor 100% ingevuld.
2050: Herstelmaatregelen genomen voor 90% tot 100% van de betreffende oppervlakten.

Concluderend kunnen we stellen dat de Natuurherstelverordening veelal vraagt om meetbare resultaten, en om een verdergaande integratie van ecologische waarden in het stedelijke weefsel. De tijd van ‘vrijblijvende groenambities’ is voorbij. Hoewel veel administratieve details de komende maanden nog moeten worden uitgewerkt biedt het reeds vastgestelde raamwerk genoeg houvast om hersteldoelen nu al mee te nemen in lopende projecten.

KAN Café
Jan-Willem Burgmans is Programmamanager Biodiversiteit bij Heijmans. Tijdens het KAN Café van donderdag 2 juli spreken we Jan-Willem over het slim meten van biodiversiteit. Denk bijvoorbeeld aan de bio-buddy, een robot die je in het veld kunt inzetten om met sensors de lokale biodiversiteit te monitoren.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.