Een natuurladder voor nieuwbouw
Verslag van het KAN Café met Jeroen Demmer (Dura Vermeer) – door René Didde
Deze middag is er een wat vreemde eend te gast in de bijt van Anneloes van der Woude, interim-directeur WoningBouwersNL, en tafeldame Claudia Bouwens, programmaleider van het KAN platform. Jeroen Demmer is ecoloog en programmamanager Ruimte voor Natuur bij de Infra-divisie van Dura Vermeer. Infrastructuur is nodig om van A naar B te gaan over snelwegen, spoor en waterwegen, in het landelijke gebied en in de stedelijke omgeving.
Wat de nieuwbouw van infra kan leren, is het onderwerp van deze middag. Eerst vertelt Demmer over zijn natuurmoment. ‘Vorige week hadden we met de andere ecologen bij Dura Vermeer ons jaarlijkse team-uitje. In de Wieden Weerribben ondervonden we gezamenlijk de waarde en schoonheid van de natuur, verschillende soorten libellen, amfibieën.’
De lessen van Jeroen Demmer
- Werk met expliciete beslismomenten: vraag je bij iedere stap in het bouwpoces af wat de natuurambitie was, wat is daarvan aantoonbaar geborgd en wat dreigt te verdwijnen?
- Vertaal ambitie naar eisen en verantwoordelijkheden: een ambitie zonder vastgelegd doel, eigenaar, budget, prestatie-eis of toetsmoment is kwetsbaar en sneuvelt snel. Zet daarom ambities om in doelen, eisen en maak mensen verantwoordelijk.
- Beschouw uitvoering als ecologisch kritisch proces: bodemverdichting, beschadiging van bomen, verkeerde opslag van grond, vervuiling en verspreiding van invasieve exoten kunnen in korte tijd natuurwaarden vernietigen die tientallen jaren nodig hadden om te ontstaan.
- Betrek beheer vóór het ontwerp vaststaat: een bloemrijke wadi die later als gazon wordt gemaaid, een natuurvriendelijke oever die wordt strakgetrokken of dood hout dat standaard wordt verwijderd, het doet allemaal afbreuk aan de aangelegde functie. De beheerorganisatie moet daarom meebeslissen over ontwerp, budget en onderhoudsregime.
Goed naar de locatie kijken
Ecologen kijken naar hun omgeving. ‘Bij Dura Vermeer weten we dat oplossingen per locatie kunnen verschillen. De directie stimuleert dat we goed naar de locatie en de omgeving kijken’, zegt Demmer. Meestal zijn infra-opdrachtgevers een overheid, soms ook (semi)private bedrijven zoals het Havenbedrijf, Prorail of Schiphol. ‘Soms zijn het overzichtelijke projecten en soms gaat het over wel zestig km².’ Het zal daarbij helpen dat DuraVermeer tot de ‘grote vijf’ bouwbedrijven van Nederland behoort, zegt Claudia Bouwens. ‘Als je een groot deel van de markt bestrijkt, biedt dat de kans om snel stappen te maken.’
Het is niet een kwestie van alleen ecologische kennis, zegt Jeroen Demmer. ‘Je moet niet zozeer een setje maatregelen voorhanden hebben of een menukaartje toepassen. Het gaat er meer om per locatie naar de omgeving te kijken en ook het hele bouwproces beschouwen. Want natuur een plek geven is lastig. Nog een nestkastje of wat waterberging zonder zorgvuldige afweging volstaat niet.’
Natuurladder
Daar komt bij dat je niet goed kunt sturen, zoals met CO2-reductie, waar concrete doelen gelden. ‘Daarom hebben we samen met Heijmans de Natuurladder ontwikkeld. Daarmee proberen we ruimte voor de natuur te maken door bodem, water, klimaat en biodiversiteit een plaats te geven en hoe we vervolgens moeten ontwerpen, bouwen en beheren. Zo proberen we meer te sturen.’
De Veiligheidsladder stond model voor de Natuurladder. Daarmee is in de bouw daadwerkelijk veel meer bewustzijn over het lastige onderwerp van veiligheid ontstaan, en dit kan een geslaagde transitie genoemd worden. ‘Gedrag, leiderschap en proces’ zijn daarin kernbegrippen. ‘Per trede op de ladder groeit het bewustzijn van ‘onbewust’ naar steeds meer bewustzijn. Het is een belangrijke aanvulling op de wettelijke regels en maatregelen om ongelukken op de steiger te voorkomen.’
Veiligheid domineert daardoor tegenwoordig in de bouwprojecten. ‘We hebben de cultuur en het gedrag veranderd. Het dragen van een helm, veiligheidsschoenen en andere persoonlijke beschermingsmiddelen is vanzelfsprekend geworden’, aldus Jeroen Demmer.
Zeg maar gerust dat men in de bouwsector op dit moment ‘natuuronbewust’ is. We proberen via ‘natuurvriendelijk’ zo snel mogelijk op de derde tree van ‘natuurbewust’ te komen.
Steeds een trapje hoger
De Natuurladder beoogt nu hetzelfde. Bij elk project proberen we een trapje hoger op de ladder te komen. ‘Zeg maar gerust dat men in de bouwsector op dit moment ‘natuuronbewust’ is. We proberen via ‘natuurvriendelijk’ zo snel mogelijk op de derde tree van ‘natuurbewust’ te komen.’ De vierde sport ‘natuurinclusief’ en vijfde trede ‘natuuradaptief’ zijn daarna het summum.

Het idee is dat de hele organisatie, van de directie tot en met de werkvloer, de stappen op de ladder zet. Het komt misschien wat soft en weinig concreet over, antwoordt Jeroen Demmer op opmerkingen van de KAN-cafébezoekers. ‘Ik zie bij Dura Vermeer dat mensen de knop in hun hoofd omzetten. Ze laten natuur meer meewegen. Het is een kentering van ‘voldoen aan de wettelijke verplichting’ naar meer intrinsieke motivatie en het erkennen van de risico’s als we dit niet doen.’ Het bewustzijn verandert ook sneller als bijvoorbeeld een opdrachtgever als een gemeente ziet dat ze eigen doelen op gebied van natuur en biodiversiteit kunnen realiseren. Ze reageren enthousiast wanneer we met concrete bijdrages op deze doelen komen. De schaarse financiële middelen maken dat de aandacht voor natuur meer onder druk staat bij bijvoorbeeld Rijkswaterstaat. ‘Toch komen er natuurvriendelijke alternatieven op, die mogelijk meer kostenneutraal zijn ten opzichte van de gangbare ontwerpen en renovaties.’
Natuurladder voor woningbouw?
Er is een hele set van webapplicaties en factsheets beschikbaar in de Natuurladder, die is ondergebracht bij het Collectief Natuurinclusief. Wat heeft de woningbouw aan deze ladder? Jeroen Demmer: ‘In de versnelling die momenteel gaande is in de bouwopgave, schuilt er een risico dat je over vijf of tien jaar allerlei zaken anders moet doen gegeven de klimaatverandering. Het is goedkoper en efficiënter om het nu meteen goed te doen.’

Als voorbeeld (uit de infra) noemt hij een ecopassage langs een nieuw tracé van de A16 bij Rotterdam. ‘Het ontwerp klopte niet, want er was een barrière voor flora en fauna. We hebben voor de opdrachtgevers RWS en de gemeenten Rotterdam en Lansingerland een oplossing bedacht in de vorm van een ecopassage, een randje onder de brug door, waardoor ook aangrenzende natuurgebieden werden ontsloten.’

Een tweede voorbeeld is een dijkversterking bij Buggenum (L). Daar loopt een voormalig koelwaterkanaal parallel aan de Maas met ook een kleine jachthaven. ‘Er moest een strekdam worden aangelegd om eventuele golfslag van schepen op de Maas naar de strekdam te breken. Dat gebeurt traditioneel met breuksteen. We kozen hier voor rifblokken. Ze zijn beter stapelbaar, laten licht door en bevatten ook allerlei holtes waar water door kan stromen en vissen en andere dieren kunnen schuilen en paaien. Deze natuurinclusieve oplossing sluit beter aan bij het rivierecosysteem. We gaan dit secuur monitoren.’
Demmer denkt dat op basis van dit soort oplossingen de expertise bij de betrokken partijen toeneemt en dat op grond van de eerdere leerervaringen deze natuurinclusieve oplossingen vaker worden toegepast.
Beslismomenten inbouwen in je proces
Als toegevoegde les voor de woningbouw denkt Jeroen Demmer dat de beslismomenten voor natuur- en klimaatdoelen in het ontwikkelproces een plaats kunnen krijgen met de Natuurladder. ‘Bouw ze in je proces en leg je ambities ook vast in eisen als ‘we gaan zoveel water uitwisselen’ en ‘zoveel vissen schuilplaatsen bieden’. Een ander punt is dat je bijvoorbeeld niet met zware machines moet rijden over locaties in een bouwplan waar een wadi of waterberging is voorzien. ‘Dan weet je dat er verdichting van de bodem plaatsvindt.’
Tenslotte moet je je rekenschap geven van het beheer van je klimaatadaptieve en natuurinclusieve oplossingen. ‘Als een wadi niet goed beheert, verkeerd maait of oeverbeplanting verwaarloost, dan functioneert je mooie oplossing binnen een paar jaar niet meer. Hetzelfde geldt voor gevelbeplanting. Als er in een langere periode zonder regen niemand naar omkijkt, verdroogt de beplanting.’
Oproep
Traditioneel heeft de KAN-cafégast nagedacht over een boodschap aan de Minister. Jeroen Demmer richt zich tot Minister Jaimi van Essen (LVVN) en Elanor Boekholt-O’Sullivan (VRO). ‘We moeten meer rekening houden met de klimaatverandering en de biodiversiteit. Er moet een transitie plaatsvinden. Stel bij de bouwopgave een juridische ondergrens vast, dit geeft houvast, een level playing field en een structurele stap in de transitie. Houdt rekening met de Natuurherstelwet, Basiskwaliteit Natuur, en de Landelijke Maatlat voor een groene gebouwde omgeving. Stimuleer projecten om ook vooral meer te doen dan de juridische ondergrens en verder te kijken met bijvoorbeeld instrumenten als de Natuurladder.’
Het volgende KAN Café vindt plaats op donderdag 1 oktober 13.00 – 14.00. Onze gast is Max Klasberg (Arcadis) en we gaan het hebben over de nestvoorzieningen die per 1 juli 2027 worden opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) voor utiliteitsbouw.