Welke boomsoorten kunnen het tempo van de klimaatverandering bijbenen? - KAN bouwen

Welke boomsoorten kunnen het tempo van de klimaatverandering bijbenen?

Buiten is de sneeuw van de eerste week van januari 2026 gesmolten om plaats te maken voor de druilerige regen die bij de hedendaagse winters hoort. Binnen zitten tafelheer Coen van Rooyen (WoningBouwersNL) en tafeldame Claudia Bouwens (KAN) met hun gast Marc Ravesloot rond de tafel.

Ravesloot is een Wageningse boomspecialist die in het CSI-Trees project zoekt naar boomsoorten die het tempo van de klimaatverandering kunnen weerstaan op hun standplaats langs de Hollandse straten en lanen. ‘Want het klimaat verandert sinds 1990 zo snel dat de tolerantiegrens van 66 procent van de stadsboomsoorten niet meer geschikt is in een tijdsbestek van 50 jaar’, begint Marc Ravesloot. ‘Ze staan te kwakkelen en sterven af. Houtige gewassen kunnen zich niet zo snel aanpassen als de klimaatverandering zich voltrekt. En al helemaal niet in een stedelijke kunstmatige omgeving zonder natuurlijke verjonging.

De lessen van Marc Ravesloot

  • Tweederde van de boomsoorten die wordt toegepast in steden wereldwijd in gematigde streken overschrijdt binnen 50 jaar de tolerantiegrens door de klimaatverandering is de verwachting, kwijnen weg, worden ziek en sterven af; (opm. Ravesloot relativeerde zijn uitspraak van 75% in het KAN Café en voegde in dit verslag tevens andere, niet live uitgesproken opmerkingen toe – red.)
  • Bij te sterk drogende lucht sluiten veel boomsoorten de huidmondjes geheel. De boomkroon vormt dan geen levende airco meer en geeft alleen nog passief verkoeling door schaduw. Dat leidt dan tot sterke verbranding van de bladeren, zelfs als er voldoende bodemvocht is;
  • We kunnen vakgebieden meer bij elkaar brengen en ontwerpers meer betrekken bij het juiste ontwerp van de toekomstige stad;
  • Gemeenten en projectontwikkelaars krijgen straks een e-tool die per locatie in de stad en op het platteland de meest geschikte en klimaatrobuuste boomsoorten aangeeft;
  • Hierin wordt ook de waardering van burgers over boomtypen en vormen meegewogen op basis van onderzoek;
  • Stedelijke vergroening is een vorm van preventieve zorg. Het voorkomt bijvoorbeeld ziektekosten en arbeidsverzuim, leidt tot hogere vastgoedwaarde, verlaagt energielasten en levert een robuuste stadsbiodiversiteit.

Ook de natuur beent zoiets niet bij. Juist het stedelijk gebied is extra gevoelig en de klimaatverandering komt hard aan bij de bomen. Steden als Amsterdam en Hilversum spannen de kroon met wel vierhonderd verschillende soorten in cultivars, maar veel gemeenten komen niet verder dan dertig tot vijftig boomsoorten, waarbij een nog kleiner aandeel dominant is in hun gemeente. Dat betekent dat daar na verloop van jaren theoretisch slechts een tiental boomsoorten overblijft.

66% ongeschikt
De schatting van 66 procent ongeschiktheid is gebaseerd op studies naar bomen in de stedelijke omgeving, waarbij de verandering tussen 1979 en 2013 is berekend. ‘Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat de binnenstad van Helsinki in het groeiseizoen gemiddeld vier graden warmer is geworden in deze periode. Wij gaan op zoek naar bomen die bestand zijn tegen het klimaat dat 75 jaar vooruit wordt berekend op basis van diverse KNMI scenario’s. Daarna gaan we terug redeneren welke soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied onder deze condities gewend zijn te groeien.

Marc Ravesloot legt uit dat de geschiktheid van een boomsoort wordt bepaald door een set van specifieke a-biotische factoren op de locatie. ‘Belangrijk daarbij zijn bodemfactoren als zuurgraad, bodemsoort, verdichting, de mate waarin de neerslag kan inzijgen en de zogeheten capillaire nalevering vanuit diepere lagen richting het wortelgestel. Verder spelen atmosferische factoren een rol, zoals de gemiddelde maximale zomertemperatuur, de laagste toekomstige temperaturen, de natste periode, de droogste periode en het dampdruktekort van de lucht in hete perioden’, doceert de onderzoeker.

Die laatste cruciale factor speelt in de zomermaanden en is nieuw voor het Nederlandse klimaat. ‘Op warme dagen staan boombladeren op volle kracht te verdampen en leveren ze behalve schaduw ook gratis actieve koeling. Maar als het dampdruktekort van de lucht te hoog is, sluiten huidmondjes volledig en kan de boom niet meer functioneren als een levende airco en geeft hij alleen nog schaduw. Schaduw is wel globaal voor diverse boomsoorten gemiddeld 85% van de verkoeling. Het CSI-trees-project wil de belangrijke groeifactoren voor zoveel mogelijk boomsoorten één voor één doorrekenen om hun geschiktheid voor het klimaat van 2100 vast te stellen.’

Stresstest
Het team van Ravesloot kan tevens aan 29 straatboomsoorten gelijktijdig een specifieke stress aanbieden en de reactie daarop meten. Daarbij wordt continu de reactie van de plant doorgegeven aan de computer. ‘Zo meet je de zogeheten morfo-fysiologische reacties. Het geeft een beeld van hoe de soort reageert op bijvoorbeeld droogtestress, zoutstress, tijdelijke waterverzadiging of juist te droge lucht. De gemeten bomen kunnen we dan een ranking geven die overeenkomst met een specifieke plek in de stad. Gestart wordt met het beoordelen van het huidig toegepast boombestand. Publiek is vanaf mei welkom om te komen kijken.’

Zijn die stekjes representatief voor onderzoek aan volwassen bomen, wil Claudia Bouwens weten. ‘Ja, we beginnen pas nadat het merendeel van de bladeren aan de stek volwassen is. Data zijn dan redelijk extrapoleerbaar naar reacties van volwassen bomen’. 

Misverstanden over exoten
Op de vraag van KAN-cafébezoekers of de klimaatverandering leidt tot meer exoten in Nederland, antwoordt Marc Ravesloot beslist. ‘In de hoofdinfrastructuur van het stedelijk gebied is 85 procent van de stadsbomen nu al niet inheems. Veel mensen weten dat niet. En de suggestie dat inheemse soorten per definitie beter bestand zouden zijn, is onjuist. Die stelling gold vóór de periode van de versnelling in de klimaatverandering. Het is een hardnekkig misverstand dat blijft rondzingen.’

Boomsoorten uit Midden-Frankrijk hebben het nu al moeilijk. Geschikte bomen zullen ook uit Oost-Europa, Azië of Noord-Amerika komen.

Of Nederland weldra geschikt wordt voor mediterrane boomsoorten, zoals wel wordt gesuggereerd, is een van de vragen die CSI-trees wil onderzoeken. ‘Het zou kunnen, maar de boomsoorten uit Midden-Frankrijk hebben het nu al moeilijk. Geschikte bomen zullen ook uit Oost-Europa, Azië of Noord-Amerika komen.’ Wel logisch is de suggestie uit de chat om verschillende soorten in één straat te planten om de kwetsbaarheid van het stedelijk groen te verkleinen. ‘Vooronderzoek gaf aan dat burgers dat ook prefereren boven lijnbeplantingen met maar één boomsoort. Er liggen dus kansen voor ‘de stad als botanische tuin’ met een enorme potentie voor stedelijke biodiversiteit.’

E-tool
Wat kunnen we concreet als projectontwikkelaars en gemeenten met deze bomenwijsheid, vraagt Coen van Rooijen. ‘Gebruikers krijgen straks een e-tool waarop kaarten met een resolutie van 100 bij 100 meter (in plaats van 12 bij 12 kilometer), die per postcode de set klimaatrobuuste boomsoorten oplevert voor die standplaats’, antwoordt Ravesloot. Dit CSI-trees onderzoek moet dus rond 2029 een ‘tree-tracking-interface’ opleveren, ofwel een soort Funda voor bomen, in de woorden van de onderzoeker. ‘Een zoekmachine die gegeven het straatprofiel en ligging in de stad de meest geschikte boomsoort oplevert.’ Het is volgens hem uitdrukkelijk de bedoeling dat ook de waardering van burgers over de boomsoortkeuze wordt meegenomen.

Begeleide introductie
Vraag is wel hoe de Nederlandse biodiversiteit van insecten en vogels, maar ook ondergroei reageert op de nieuwe kostgangers in het straatbeeld. ‘Dat is zaak van nader onderzoek dat we in 2027 met Naturalis en de Hortus in Leiden gaan oppakken’, zegt de onderzoeker. Denk daarbij aan onbedoelde introductie van nieuwe ziekten of al te enthousiast kiemende nieuwkomers zoals de hemelboom, die vanuit het stedelijk gebied het platteland intrekt. ‘Er zal altijd sprake zijn van bovenwettelijke ‘begeleide introductie’. We gaan niet zomaar introduceren’, aldus Ravesloot.

Het CSI-trees onderzoek naar de klimaatverandering kan verrassende uitkomsten opleveren. ‘Het zou tot een mix van loof- en naaldbomen kunnen leiden. Inheemse houtige gewassen met een erkende bijdrage aan de biodiversiteit blijven zeker deel uitmaken van de stedelijke infrastructuur, maar daarvoor is meer ruimte in de struiklaag.’ 

We slepen al eeuwen met vreemd plantenmateriaal en zetten het in botanische tuinen. We doen al niet anders.

Ravesloots boodschap klinkt angstaanjagend, maar tegelijk roept hij op om niet bang te zijn. ‘We slepen al eeuwen met vreemd plantenmateriaal en zetten het in botanische tuinen. We doen al niet anders.’ Verzilting, toenemende droge atmosfeer, bodemdaling én stijging van de zeespiegel is niet tegen te houden’, aldus de Wageningse onderzoeker. ‘Dit zijn autonome processen waartegen je amper technische maatregelen kunt nemen.’

Meer groen in de stad
Dat laat onverlet dat Ravesloot een hartstochtelijk voorstander is van meer groen in de stad. ‘Groen is preventie van oplopende zorgkosten. Het voorkomt ziektekosten en arbeidsverzuim. Het levert natuur op en meer leefbaarheid in de stad. In die zin is ons CSI-Trees project van € 1,3 miljoen voor vier jaar een koopje. Voldoende vergroening dient een randvoorwaarde te zijn, en is nog onvoldoende geborgd in beleid. We moeten daartoe vakgebieden bij elkaar brengen, ontwerpers meer betrekken. Dan gaan bomen 135 jaar mee in plaats van de huidige 35 jaar. Dan krijg je ook groenstroken in het midden van straten en pleinen, het beeld dat wij Nederlanders vaak fotograferen op vakantie.’

Dat is ook de kernboodschap die Marc Ravesloot meegeeft aan de formerende partijen en aan nieuwe ministers. ‘Meer groen is direct op te vatten als een preventie van de 120 miljard aan zorgkosten. We moeten daar werk van maken! Maak meer budget vrij voor meer groen en meer klimaatrobuuste bomen.’

Het volgende KAN Café vindt plaats op donderdag 12 februari van 13.00 tot 14.00 uur. Roel van Dijk, directeur van de Stichting Steenbreek, gaat dan in op de vraag hoe we de verstening van het stedelijk gebied kunnen stoppen.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.