Spontane natuur en sponslandschappen in Rotterdam
Buiten fluiten de vogels op een zonovergoten lentedag, en in het knusse KAN Café ontvangen tafelheer Coen van Rooyen (WoningBouwersNL) en tafeldame Claudia Bouwens (KAN platform) landschapsarchitect Marit Janse (De Urbanisten).
Gevraagd naar het ultieme natuurmoment van de laatste maand zegt Claudia Bouwens dat merels deze lente ongeduldig voor haar raam hipten om de gevriesdroogde meelwormen te verorberen. Marit Janse komt met twee natuurbelevingen, eentje pal voordat ze het KAN Café betrad. ‘Ik zag iemand een uitgebloeide clematis van vorig jaar fotograferen, terwijl ernaast de knalgele kornoelje stond te bloeien.’ Het tweede moment was vorige week. ‘Ik liep over een hoge dijk in Zeeland. Mijn lange schaduw raakte een scholekster, die op de stenen aan de waterkant zat. De vogel vloog op. Schrok het dier of was het herkenning?’
De lessen van Marit Janse
- In Rotterdam komt het water van vier kanten: uit de hemel, uit de grond, uit zee en uit de rivier;
- Door de klimaatverandering wordt het weer extremer en daar zullen we rekening mee moeten houden;
- De verloren gegane zichtbaarheid van de getijdendynamiek kan ook in een dichtbebouwde stad weer ruimte krijgen, zodat we kunnen zien of het hoogwater of laagwater is;
- Weinig aanplanten, gebruik maken van de bestaande bodem en dan rustig afwachten, kortom condities maken waarop natuur kan ontstaan;
- In het getijdenpark in de Keilehaven is in mei 2025 een bever gesignaleerd;
- Maak ruimte voor natuurbeleving in de stad zodat we weer gaan begrijpen dat we deel uitmaken van datzelfde ecosysteem.
Dat tweede natuurmoment van Marit Janse blijkt veelzeggend. Want in Zeeland opgegroeid, werkt ze voor het Rotterdamse ontwerpbureau De Urbanisten, dat zich onderscheidt door ontwerpen van stedenbouwkundige plannen die klimaatadaptief en natuursensitief zijn. De natuurbeleving van de jonge Janse is gekoppeld aan de natuur die hoort bij getijden, de uitgebloeide zee-asters in het Verdronken land van Saeftinge, of de ratelaars en de rietorchissen, zegt ze. ‘Het is de vegetatie die hoort bij door water ondergedompeld land, het landschap van de Zeeuwse weidsheid. Het trekt me naar het oergevoel van mijn Zeeuwse genen.’
We hebben van de rivier een economische snelweg gemaakt
Eb en vloed
De dynamiek van het water, eb en vloed, speelt dagelijks in Marit Janse’s beroepspraktijk, veelal in Rotterdam. Het water komt daar van vier kanten. ‘Hemelwater van boven, de zilte zee vanuit het westen, rivierwater vanuit het oosten, en grondwater van beneden. Alle vier waterstromen zullen extremer worden en moeten we opnieuw een plek geven in de stad, ook als die dicht bebouwd is geraakt en de oorspronkelijke loop van de rivier is veranderd.’ Zij toont een sheet van een kaart uit 1796, waar ooibossen en rietvelden de getijdennatuur vormden. ‘Meer dan 90 procent daarvan is in 150 jaar verloren gegaan en ingenomen door de havens en woningen. Een weerzinwekkend verlies, zonder dat we toestemming aan de Maas hebben gevraagd. We hebben van de rivier een economische snelweg gemaakt.’ Dat moet een meer ecologisch systeem worden om de klimaatverandering het hoofd te bieden. Dat is goed voor plant, dier en mens. ‘Ook gemeente-ambtenaren en de havenlobby zien dat steeds meer in.’

Getijdenpark Keilehaven
Een groots voorbeeld is de Keilehaven, waar haar Zeeuwse hart sneller gaat kloppen van het daar gerealiseerde getijdenpark. Deze oude overslaghaven van 800 meter lang staat sinds de jaren’80 leeg. Dankzij het plan van De Urbanisten krijgt water weer ruimte en grijpt de dynamiek van het getijdensysteem zijn kans. ‘Twee keer per dag verandert het waterpeil gemiddeld met 1,7 meter. Dat geeft elke zes uur een totaal andere beleving. En dat kunnen mensen ondergaan doordat we terrassen op verschillende hoogten hebben aangelegd. We hebben er kades en ferme muren aangelegd met oude stenen uit de stad, onder meer bij de onttegeling vrijgekomen betonstraatsteen.’
Binnen de stenen kaders van de stad is ruimte voor de natuur. Uit de hergebruikte stenen is al het zuur verdwenen, dus met een beetje kalk erbij groeit er van alles. De natuur krijgt de tijd en vestigt zich sneller dan gedacht. ‘We hebben slechts vijf procent aangeplant. Voor de rest wachten we af. Planten en dieren zijn de opdrachtgever, naast de gemeente Rotterdam. Er is een klein ooibosje aangeplant, met wilgen die in één jaar tot drie meter hoog groeiden. Bezoekers voelen de vrijheid in dit park om een kleine vuurplaats aan te leggen met gevonden stenen. Een ouder stel zat er onlangs uren naar de getijden te kijken. Er zit een eend in een oud havengebouwtje. Twee vissers hebben vorig jaar mei een bever gesignaleerd en er zijn foto’s van een botje, een platvis.’ Op 22 mei Bioblitzdag gaan De Urbanisten samen met bewoners de waarnemingen verder in kaart brengen en melden op bioblitz.nl.

Minder zichtbaar (want onder water) is de verondieping van de haven van circa vijf meter tot twee meter. Althans, in deze eerste fase over een lengte van 200 van de 800 meter. ‘De verondieping is belangrijk want het zonlicht komt dan op de waterbodem en dat betekent dat er planten gaan groeien. En dat betekent weer dat vissen er voedsel vinden en schuil- en paaiplekken hebben.’
Het getijdenpark in de Keilehaven vindt mogelijk navolging in andere verlaten havens als Merwedehaven en Schiehaven. In die laatste haven ontwikkelt de gemeente volgens een plan van De Urbanisten een ‘Paris proof’ wijk (CO2-vrij, secundair materiaal) van 700 woningen rondom bestaande sportvelden, Schiehaven-Noord.
Gemeente staat open voor vernieuwing
Soms is er spanning met de afdeling Stadsbeheer van de gemeente Rotterdam, die strikt werkt met de normen en voorschriften voor de inrichting van de openbare ruimte volgens Handboek Rotterdamse Stijl. ‘De meeste mensen echter staan open voor klimaatadaptieve plannen. Zo berekent een medewerker van het Ingenieursbureau de CO2-emissie van alle materialen die standaard worden toegepast. Ze worden vergeleken met een biobased steen die is gemaakt van Rotterdams havenslib. Die laatste komt veel gunstiger uit qua CO2 emissie.’
Marit Janse gaat zoveel mogelijk uit van het zand dat er ligt en voegt zo min mogelijk grond toe. ‘De zandbodem is een pakket van 2 tot 3 meter. Het is heel poreuze bodem. Daar kan elke stortbui in infiltreren. We hoeven alleen wat greppeltjes te graven. Het kost ook veel minder geld. We moeten meer denken vanuit de bodem en het water. Veen, klei of zand, elke grondsoort vergt een net even andere aanpak of oplossing.’

Sponsstad
Een ander plan is Galileipark waar de principes van de sponsstad worden getest. Nog concreter is de sponge garden, aangelegd vlak bij hun kantoor. Het grootste deel is een waving wadi. ‘Dat is een wadi waar behalve een verdieping ook een heuveltje is aangelegd. Door de capillaire werking wordt er nog meer water geïnfiltreerd. Dat is een principe uit de permacultuur, de Hügelcultuur.’ De vegetatie trekt ook pissebedden, regenwormen en wilde bijen die graag in het zand graven. Janse geeft er regelmatig rondleidingen. ‘Mensen vinden het deel met zand (‘depave garden’) vaak het minst mooi want het is kaal en open. Toch is er de hoogste biodiversiteit. De uitleg dat de wilde bijen het er fijn vinden, komt wel bij ze binnen. We zijn van plan om meer uitleg te geven om zo de bewustwording te vergroten. Verwildering wordt begrepen door bordjes te plaatsen, of net als bij een ecologische berm, een zonering aanleggen en de buitenste rand wel goed verzorgen: de zogenaamde cues to care.’
Zoöp
Tenslotte vraagt Marit Janse aandacht voor het fenomeen zoöp. ‘Dat is de naam voor een organisatievorm voor samenwerking tussen menselijk en anders-dan-menselijk leven dat de belangen van alle zoë (Grieks voor ‘leven’) beschermt. Je bent een Zoöp als je een onafhankelijk persoon aanwijst van buiten het bedrijf. Hij of zij spreekt dan namens dat leven. Het helpt bij het vertalen van de belangen van anders-dan-menselijk leven naar de beslissingen van de organisatie.’ Marit Janse zoekt nog zo’n spreker voor de Levenden voor de Zoöp Keilekwartier.
Visdiefjes kijken
Coen van Rooyen gaf de nieuwe minister van VROM, Elanor Boekholt deze week al een hand. Marit Janse mag zich tot haar richten voor de camera. ‘Ik wil ook minister Karremans van Infrastructuur en Waterstaat toespreken. En ook minister Sophie Hermans moet dit zien. Ik wil de ministers uitnodigen om in april naar de visdiefjes te komen kijken. Ze komen dan uit Afrika aan in de Nieuwe Waterweg. Het zijn leuke vogels die kleine vissen uit het water plukken. Het laat zien dat we deel uitmaken van een veel groter ecosysteem. En dat goed zorgen voor het water, de bron van alle leven, een verantwoordelijkheid is die we samen dragen.’
Het volgende KAN Café vindt plaats op donderdag 16 april, 13.00 uur. Dan is Wilma Berends te gast, zij is programmaleider Groene Stad bij milieu-organisatie Natuur en Milieu.
Tekst: René Didde
Beeld: De Urbanisten