Hoe kun je biodiversiteit meten?
Verslag van het KAN Café met Jan-Willem Burgmans (Heijmans) – door René Didde
Meer en meer trachten ontwikkelaars groen en natuur in hun projecten te bevorderen. Maar hoe weet je dat het werkt? Hoe meet je biodiversiteit? Jan-Willem Burgmans is programmamanager Biodiversiteit bij ontwikkel- en bouwbedrijf Heijmans in Rosmalen. In het KAN Café maakt hij duidelijk dat ecologen allang niet meer louter vleermuizen en gierzwaluwen hoeven te tellen. Hij neemt de bezoekers van het knusse café mee in de wereld van ‘biobuddy’s’, eDNA en satellietwaarnemingen.
Zoals bekend tapt de vertrouwde KAN-cafébaas Coen van Rooijen inmiddels bij LTO uit een ander vaatje. Zijn opvolger is interim-directeur WoningbouwersNL Anneloes van der Woude, die de eer heeft om vers water te schenken. Samen met tafeldame Claudia Bouwens, programmaleider van het KAN platform, gaat zij de gast van vanmiddag, Jan-Willem Burgmans, programmamanager Biodiversiteit bij bouwbedrijf Heijmans, tot interessante uitspraken verleiden.
De lessen van Jan-Willem Burgmans
- Grijp elke herontwikkeling en elke rioolvervanging aan om de ruimte voor groen en water te versterken; benut het dak;
- Benut de methodiek van Basiskwaliteit Natuur om als gemeente of Rijk biodiversiteit uit te vragen;
- Wildcamera’s en sensoren die beeld en geluid vastleggen leveren een schat aan informatie dankzij AI-analyse;
- eDNA-analyses van watermonsters vertellen wat en hoeveel leven er in de sloot zit;
- Heijmans is partner in het programma Biodiversiteit in Beeld dat 4 jaar lang met 20 partijen in 10 proeftuinen de biodiversiteit meet;
- Dat leidt in 2029 mogelijk tot protocollen, normering en beleidsrichtlijnen voor vergunningverlening;
- Duurzaam is niet duurder. De ‘grex’ van projecten van Heijmans is al jaren een plus;
- We moeten bij alle bouwprojecten een rijkere biodiversiteit achterlaten dan we bij aanvang aantroffen.
Natuurervaring
De traditie wil dat eerst een recente natuurervaring wordt gedeeld. ‘Ik verwonder me veel over de natuur buiten en heb daar veel kennis over. Recent kwam een collega melden dat er een grote kever met een soort gewei op zijn kop door ons hoofdkantoor kroop. Dit Vliegend Hert naar buiten werken viel nog niet mee. Maar hij vliegt weer rond in de natuurzone langs het kanaal bij ons kantoor.’ Toevallig deed ook tafeldame Claudia Bouwens recent een natuurervaring op kantoor op. ‘Wij zitten hier in Den Haag op de tiende verdieping in een kantoor bij station Holland Spoor. Uit het raam zag ik heel hoog zes ooievaars in een thermiekbel omhoog cirkelen, prachtig.’ Burgmans bevestigt dat juist dit soort zware vogels de energie van opstijgende warmte benutten en zo energie besparen.
Achter een hek?
Veel mensen vragen zich toch nog af waarom er meer biodiversiteit in de stad moet komen, constateert Anneloes van der Woude. ‘Waarom kan dat niet achter een hek in een natuurgebied’, zeggen ze dan. ‘Wij zijn als mens uit de natuur geëvolueerd’, antwoordt Jan-Willem Burgmans. ‘Wij zijn nog steeds afhankelijk van de natuur, niet alleen voor onze gezondheid, maar ook gedijt ons mentale en fysieke welbevinden beter in het groen. Daarnaast is ons voedsel afhankelijk van bestuiving van insecten en levert de natuur grondstoffen, bijvoorbeeld voor de bouw. Door ruimte te geven aan de natuur, júíst in de stad, zijn we bovendien beter bestand tegen de klimaatverandering met hitte, droogte en wateroverlast.’
Burgmans ziet een groeiend bewustzijn dat de natuur goed is voor ons. Maar we zijn nog niet goed genoeg voor de natuur. ‘Voor de ontwikkelaar staat exact vast hoeveel parkeerplaatsen er gerealiseerd moeten worden, voor de minimale hoeveelheid groen is dat helaas onbekend.’
Voor de ontwikkelaar staat exact vast hoeveel parkeerplaatsen er gerealiseerd moeten worden, voor de minimale hoeveelheid groen is dat helaas onbekend.

Natuur-stadsnetwerk
Wie een gebouw, bedrijventerrein of hele woonwijk moet realiseren, moet zich volgens hem vooral bewust zijn van ‘het grote schaalniveau’. Onze gebouwen moeten passen in de bredere context van het systeem. ‘Het gaat om een beter natuur-stadsnetwerk. Gemeenten werken daar in hun groenvisie en groenstructuurplan ook aan. Het is allang niet meer een park met eendjes.’ Zo’n natuur-stadsnetwerk is geen blauwdruk. ‘Hier in Den Haag leidt de context van duinen en zee tot een ander natuur-stadsnetwerk dan in Arnhem, met zijn rivieren en bossen.’
Kortom, we moeten veel meer de ‘natuurinclusieve’ bril opzetten, aldus Burgmans. Niet alleen in de nieuwbouw, ook in bestaand stedelijk gebied. ‘Elke herontwikkeling en elke rioolvervanging moeten we aangrijpen om de ruimte voor groen en water te versterken.’ Een stamgast uit het KAN Café voegt toe dat de door Europa verplichte Natuurherstelverordening daarbij kan helpen. Deze door Nederland nog steeds niet in wetgeving vastgelegde EU-richtlijn bepaalt dat de hoeveelheid groen in de stad niet mag afnemen en vanaf 2030 moet toenemen ten opzichte van referentiejaar 2024.
Puntenlijstjes
Bij afwezigheid van landelijke regie en richting zijn gemeenten zelf al jaren bezig, met puntenlijstjes voor nestkastjes en groene daken, met het benoemen van specifieke soorten en met soortenmanagementplannen. ‘Zie je daar al een uniforme ‘best practice’ uit ontstaan?’ vraagt Claudia Bouwens. Burgmans noemt Basiskwaliteit Natuur, een soort minimumniveau voor natuur in de openbare ruimte. ‘Het is minder op het turven van aantallen nestkastjes en soortgericht. Een gierzwaluwkast mag ook door huismussen worden gebruikt, sterker nog, ze gebruiken dezelfde kast vaak naast elkaar. Ook de gemeentelijke groenvisies gaan intussen meer uit van natuur op daken, in tuinen en in parken in plaats van in te zetten op soorten.’
Hij denkt dat de ontwikkeling ook in de bouwopgave terecht gaat komen. ‘Niet langer louter strakke gevels, maar poreus materiaal. Meer daken benutten. Het past ook in de nationale trend om steeds meer uniforme bouwelementen uit de fabriek toe te passen. Het is goed voor de mensen, goed voor groen, goed voor de bouwkwaliteit, en dit alles zonder meerkosten en zonder vertraging’, aldus Jan Willem Burgmans.

Het kan nog wel beter worden uitgewerkt. ‘Een bodem wordt nog teveel gezien als dragende constructie die eventueel ook nog wateroverlast moet opvangen, in plaats van dat ook wordt erkend dat er insecten en waardevolle micro-organismen leven. We sturen nog teveel op de ondergrens. De norm is niet ‘zorg voor schoon oppervlaktewater’, maar ‘vervuil het water niet’, zegt hij. En dan nog. ‘We weten al tien jaar dat we de vervuiling van het water te weinig terugdringen. En dat halen we dus onze verplichtingen voor de Kader Richtlijn Water (KRW) niet.’
Of we voldoen aan de veelal door het Nederlandse beleid zelf opgestelde eisen, is een kwestie van meten en monitoren. ‘Vroeger gebeurde dat op basis van het werk van de veldecologen met hun vlindernet in de polder of de aquatisch biologen met hun schepnet langs de sloot. Heel arbeidsintensief.’ Burgmans meldt dat er veel vooruitgang zit in de geautomatiseerde informatievergaring. ‘Wildcamera’s die eens per zoveel tijd een foto of film maken. Sensoren die beeld en geluid genereren, dat door AI wordt geanalyseerd. We hebben ook eDNA-analyses waarmee een watermonster vertelt aan de hand van DNA-sporen wat en hoeveel leven er in de sloot zit.’ Tenslotte kunnen satellietbeelden duiden hoe het ervoor staat met de biodiversiteit.
Biodiversiteit in Beeld
Heijmans werkt met deze technieken en is één van de liefst 20 partijen die deze meettechnieken toepassen in het programma Biodiversiteit in Beeld. Burgmans: ‘Overheid, wetenschap en marktpartijen gaan, onder regie van penvoerders Deltares en Witteveen + Bos, gedurende vier jaar samenwerken in tien proeftuinen. Zo kunnen we leren in de praktijkomgeving: leren door te doen. De proeftuinen worden dit jaar geselecteerd, in 2027 en 2028 wordt gemeten en in 2029 kijkt het samenwerkingsverband of de verzamelde gegevens kunnen leiden tot protocollen, normering en beleidsrichtlijnen voor de vergunningverlening.
Eén van de proeftuinen speelt zich af bij het Rijksvastgoedbedrijf. Heijmans heeft zelf in samenwerking met Rijkswaterstaat een proeftuin ingericht bij InnovA58. ‘Daar gaan we kijken hoe ecologische vraagstukken van verschillende schaalniveaus met behulp van de nieuwe technieken beantwoord kunnen worden. Je kunt honderd keer een merelzang registreren maar dat betekent niet dat er ook honderd merels zitten.’
Het ambitieuze programma is een vervolg op Heijmans zelf ontwikkelde ‘biobuddy’, een soort prototype van deze gebundelde technieken. ‘De biobuddy is uitgerust met zonnepanelen en is online verbonden met een dashboard op kantoor. Je kunt 24/7 zien wat het effect van heien is op de flora en fauna. We maken dus dankzij de continue datastroom voortaan eerder een film dan foto’s’ over de staat van de biodiversiteit, zegt Jan Willem Burgmans enthousiast. Dat gemeenten, ontwikkelaars en bouwende bedrijven hiermee kunnen besparen op ecologen is niet het geval. ‘Ze krijgen juist méér werk. In plaats van tellen en turven moeten ze data interpreteren en vertalen naar de praktijk.’ Heijmans heeft grote ambities. ‘Wij willen bij al onze bouwprojecten een rijkere biodiversiteit achterlaten dan we bij aanvang aantroffen.’
De geavanceerde technieken leveren tevens een valide nulmeting voor de toestand tijdens de start van een bouwprojecten. Er schuilt wel een gevaar voor privacy waar goed naar moet worden gekeken. Behalve de zang van merels, het geritsel van egels en een scharrelend ree, registreert de apparatuur misschien ook ook burenruzies en echtelijke onenigheden.
Duurzaam is niet duurder
Op de vraag uit de chat hoe een gemeenteraad te overtuigen om meer natuurinclusief te bouwen, antwoordt Jan Willem Burgmans: ‘Geef ze twee voorbeelden dat duurzaam niet betekent dat het duurder is. Wij ontwikkelen anders. In plaats van hittegenererend, niet waterdoorlatend en uit olie gemaakt asfalt, kijken wij eerst naar ander materiaal, bijvoorbeeld onverhard. Onze grondexploitatie (‘grex’) heeft altijd een plus. Zakelijk gaat het ons goed en we hebben tegelijk al een paar jaar een NL Greenlabel A voor onze nieuwe gebiedsontwikkelingen.’
En ten slotte richt Jan Willem Burgmans van Heijmans het woord tot maar liefst drie ministers. ‘Het overheidsbeleid wordt veel te gesegmenteerd uitgevoerd. We moeten toe naar een beleid dat problemen voorkomt in plaats van steeds problemen te moeten oplossen. Er is wel geld voor het reinigen van grond; trek nu eens geld uit om de bodem schoon te houden en te verbeteren. Er is geen geld voor groen, maar met een groenere leefomgeving kunnen we besparen op de enorme gezondheidsuitgaven.’