Met de gierzwaluw moeten we geduld hebben
In de Vinex-locatie Leidsche Rijn bij Utrecht hangen sinds 2018 circa 800 nestkasten en neststenen voor gierzwaluwen. ‘Tot en met 2025 is er niet één bezet’, zegt gierzwaluwwatcher Jaap Langenbach. Een aantal kasten zijn niet goed aangelegd. Maar vooral ontbreekt kennis over hoe gierzwaluwen nu precies een goede nestplek vinden. Jip Louwe Kooijmans van SOVON vindt dat we geduld moeten oefenen.
door René Didde
Elk jaar is vanaf half april het karakteristieke geluid van gierzwaluwen in de stedelijke omgeving te horen. ‘Skriee, skriee, skriee’, schreeuwen de sierlijke luchtacrobaten in hoge tonen terwijl ze zwermend in groepen hun onnavolgbare bewegingen vertonen en krijsend over daken en dakranden scheren. De rusteloze vogel doet vrijwel alles in de lucht, tot slapen en paren aan toe. Maar om het jaarlijkse legsel van twee of drie eitjes uit te broeden, is toch echt een nest nodig.
En dat is een probleem. De kierenjacht en energiebesparing in woningen zijn niet in het voordeel van vogels en dieren als de vleermuis. Niet alleen omdat de slechtste woningen de beste nestgelegenheid bieden in de vorm van gaten, kieren en holtes. Alternatieve nestgelegenheid is niet altijd een succes. Dat is spijtig in steden, vooral voor de gierzwaluw. Want de broeddichtheid van deze van oorsprong ‘rotsbroeder’ is nagenoeg een blauwdruk van de verstedelijking in ons land, staat in de bijna vier kilogram zware Vogelatlas van Nederland, een uitgave van SOVON Vogelonderzoek Nederland.
De ultieme stadsvogel is wellicht daarom verzekerd van de belangstelling van stadsecologen, gemeente-ambtenaren en bouwbedrijven. Als er immers één soort gebaat is bij nestkasten in nieuwbouw- of renovatieprojecten in de steden, dan is het wel de gierzwaluw. Toch weten de waarnemers die vele avonduren observeren niet met zekerheid te zeggen hoeveel broedparen er in Nederland zijn. ‘Met veel slagen om de arm houden we het aantal van 40 duizend tot 60 duizend aan. Dit kan (veel) te laag zijn’, aldus de SOVON-atlas.
Best practices
Bouw zoveel mogelijk neststenen in en hang zoveel mogelijk nestkasten op voor gierzwaluwen op nieuwbouwlocaties. Maar:
– hang/bouw ze niet op zuidelijke en westelijk gevels (te warm);
– niet te laag positioneren;
– niet langs drukke (fiets)paden.
Plaats de nesten vlakbij elkaar, op maximaal 50 centimeter. Bij voorkeur in de buurt van natuurlijke nesten. Gebruik indien mogelijk het lokgeluid van de gierzwaluw en besef dat de luchtacrobaat soms graag het nest van de eerder broedende spreeuw of huismus overneemt.
De observaties van Jaap Langenbach
‘Inderdaad’, zegt Jaap Langenbach, ‘hoe langer je zoekt hoe meer je vindt.’ De 79-jarige planoloog en adviseur windenergie vliegt naar eigen zeggen al vijftien jaar achter de frêle fladderaars aan. Hij turfde in het – overigens niet bepaald stedelijke – Friese Woudsend een recordscore van 162 broedparen per 100 ha. Nesten zijn zeer moeilijk te vinden, zegt hij in zijn woning in hartje Utrecht. ‘Een klein gaatje in het metselwerk van de spouwmuur, een holte achter een dakpan of dakgoot is slecht waarneembaar. De vogels vliegen er bovendien bliksemsnel in en uit.’
Langenbach observeerde dat door welwillende burgers en in toenemende mate door gemeente en bouwbedrijven ingemetselde nestkasten slecht worden gevonden door de gierzwaluwen. Hij lokaliseerde ongeveer 2300 nestkasten in heel Utrecht. ‘Slechts zeven procent is bezet door broedende gierzwaluwen’, zegt hij.

Leidsche Rijn
Sinds 2023 richt hij zich vooral op Leidsche Rijn, een van de grootste en eerste nieuwbouwlocaties van de VINEX-bouwopgave (1997). Daar hangen sinds 2018 een kleine 800 nestkasten bij de nu 32 duizend woningen. Afgelopen juni kwamen de nestkasten ter sprake tijdens een KAN-excursie naar Groene Steegjes en Rijnvliet.
Ik durf met 90 procent zekerheid te zeggen dat er tot en met 2025 geen enkele bezet is geweest door een gierzwaluwpaar
Het broedresultaat in die 800 kasten in Leidsche Rijn is tot nog toe nul. ‘Ik durf met 90 procent zekerheid te zeggen dat er tot en met 2025 geen enkele bezet is geweest door een gierzwaluwpaar’, zegt Langenbach. Wel ontdekte hij daar in 2017 het eerste ‘natuurlijke’ nest en later drie groeiende kolonies met door de vogels zelf gemaakte nesten. Ook de gemeente Utrecht rapporteerde in het Soortenmanagementsplan nog geen ‘gierende activiteiten’ rond de nestkasten.

Ontwerpfouten
Hoe kan dat? Wie de website van Langenbach bezoekt, ziet in een venijnig rood lettertype tal van ontwerpfouten bij de gespotte gierzwaluwnesten in Leidsche Rijn, zoals ‘laag aangelegd’, ‘veel te groot gat, waar geen gierzwaluw in zou willen’, ‘langs druk fietspad’, ‘door klimop onbereikbaar geworden’, ‘langs te zonnige zuid- of westgevel aangebracht.’ Dat laatste is onvergeeflijk, licht Langenbach toe. ‘Geen enkel broedsel overleeft in zuidelijke of westelijke gevels opgehangen nestkasten of neststenen’, zegt de expert. ‘Het wordt daar zelfs in mei gemakkelijk veertig graden. Als er al kuikens in zouden komen, sterven ze aan hittestress.’
Geen enkel broedsel overleeft in zuidelijke of westelijke gevels opgehangen nestkasten of neststenen
Langenbach zag veel bouwbedrijven met de beste bedoelingen aan de slag gaan. ‘Maar metselaars hadden in het begin geen flauw benul hoe ze de stenen moesten plaatsen.’ Vandaag de dag ziet hij het tij keren. ‘De kennis neemt toe’, constateert hij.
Toch is een niet-optimale aanleg en plaatsing volgens hem niet de belangrijkste oorzaak van de bedroevende broedscore. ‘Gierzwaluwen weten de kasten domweg niet te vinden’, denkt hij. ‘Gierzwaluwen zijn koloniebroeders. Ze vliegen in zwermen, met paartjes maar ook met ‘bangers’, dakloze pubers, die op zoek zijn naar een rustplek. Dus ze settelen zich bij voorkeur in de omgeving van een bestaand nest.’
Het strekt dus tot de aanbeveling om de nestkasten te plaatsen in de nabijheid van een natuurlijk nest, of vlakbij een nestkast die wel wordt bezet door gierzwaluwen. Zelfs spreeuwen of huismussen in een nestkast helpen al. ‘Als een gierzwaluw bemerkt dat een nestkast wordt gebruikt, dan komt het voor dat hij de mus of spreeuw eruit werkt’, heeft Langenbach gezien tijdens observaties in Maarssen bij Utrecht. Dat soms meedogenloze gevecht wint de gierzwaluw overigens met gemak. ‘De vogel is veel sterker dan de spreeuw en meestal ook de huismus.’ In de Vogelatlas staat een foto van zo’n gekaapt spreeuwennest waarbij de jonkies door de gierzwaluw werden gedood. Soms gaat het er ook vreedzamer aan toe. Spreeuwen broeden eerder, dus leveren de nestkast leeg op voor de gierzwaluwen, aldus de expert.

Liefst pal naast elkaar
In het Kennisdocument Gierzwaluw staat overigens vermeld dat de vogel het liefst pal naast een ander nest broedt. ‘Dat is dan vijftig centimeter, en geen vijf meter, zoals je vaak ziet en zeker niet de ‘maximaal 200 meter’ die in het Kennisdocument Gierzwaluw wordt voorgeschreven. Want dan weet de gierzwaluw de plek niet te vinden’, zegt Langenbach.
Die wetenschap strookt met het fabelachtige instinct en geheugen van de luchtartiest. ‘Vrouwtjes en mannetjes worden op de terugreis van Nederland naar Afrika gerust driekwart jaar van elkaar gescheiden. Het mannetje overwintert bij wijze van spreken in Congo, en het vrouwtje in Zuid-Afrika. Maar ze vinden elkaar vanaf half april feilloos bij hetzelfde nest in Nederland waar ze eerder broedden.’ Is dat nest in een muurholte of dakgoot door de huiseigenaar intussen dichtgepurd of gemetseld, dan gaat het gierzwaluwpaartje flink te keer. ‘Ze headbangen met hun snavel tegen de versperde ingang en weten van geen opgeven’, zegt Langenbach en laat daarvan een foto zien. ‘Uiteraard zijn die pogingen tevergeefs. Maar we komen in Nederland heel veel verder als we zouden weten wat het de toegang ontzegde stel dan vervolgens gaat doen. Waar gaan ze broeden?’
Misschien zou het chippen van zo’n stelletje helpen? ‘Zeker, maar ja, hoe doe je dat? Misschien moeten we een broedend paar vangen en chippen en na de broed het nest onklaar maken en dan volgend jaar volgen wat ze gaan doen. Maar ik weet niet of dat volgens de ethiek van de dierenbescherming door de beugel kan.’
Veel kasten ophangen kan geen kwaad en is misschien wel de beste oplossing, maar waarom moet dat met zoveel bureaucratie, vraagt hij zich af. ‘Een simpele kastverplichting voor alle nieuwbouw en renovatie werkt hetzelfde en is heel veel goedkoper. Ook de reactie van veel mensen ‘het duurt nu eenmaal lang voordat de gierzwaluw zich nestelt’, vindt Jaap Langenbach te veel een ‘dooddoener’, zelfs voor de acht jaar oude nestkasten in Leidsche Rijn. ‘Je zou de bezetting bijvoorbeeld flink kunnen versnellen door lokgeluid van soortgenoten bij de kasten te plaatsen. Dat kan zomaar een paar jaar schelen. Maar dat wordt ook elders zelden voorgeschreven bij vergunningverlening of vrijwillig toegepast.’
Van Friesland naar Flevoland en Texel
Toch moet de Utrechtse Gierzwaluw-watcher geduld oefenen, zegt Jip Louwe Kooijmans, meetnetcoördinator slaapplaatsen bij SOVON Vogelonderzoek Nederland. ‘Het simpele feit is dat Leidsche Rijn tot 1997 een open polder was waar geen gierzwaluwen zitten’, zegt Louwe Kooijmans. Het is net als met de woningnood bij mensen: als er meer kinderen worden geboren dan er ouderen sterven, verhuizen ze naar nieuwbouwlocaties. Een Amsterdammer ging in de jaren zeventig naar Purmerend of Almere. ‘Het punt is dat de gierzwaluwpopulatie tamelijk stabiel is in Nederland. Hij verdween in 128 atlasblokken, maar vestigde zich in 160 nieuwe gebiedjes van vijf bij vijf kilometer.’ Zo verdween de vogel veel uit Friesland, maar vestigde zich flink in de relatief nieuwe provincie Flevoland. ‘Ook heeft hij voor het eerst het Waddeneiland Texel gekoloniseerd’, zegt de coördinator slaapplaatsen. ‘Langdurige waarnemingen (zestig jaar) in Drenthe wijzen uit dat het bij nieuwbouwwijkjes 27 tot 40 jaar duurde voordat gierzwaluwen er voor het eerst zijn gaan broeden. Het is trouwens een bekend fenomeen dat de gierzwaluw de nestkastbezetting van spreeuwen en mussen volgt. Het zal dus helpen als er in Utrecht-centrum meer jongen worden geboren dan er oude gierzwaluwen doodgaan.’
Intussen staat in Utrecht de 79-jarige gierzwaluwteller Jaap Langenbach te popelen in blijde verwachting van het nieuwe broedseizoen. Zou hij dit voorjaar in Leidsche Rijn een bezette nestkast treffen? Hij houdt twee plekken extra in de smiezen. ‘Ik zag daar spreeuwen broeden, en spotte gierzwaluwen die daar met bovengemiddelde belangstelling rondfladderden. In 2024 en in 2025 broedden ze niet, misschien dit jaar wel. Ik hoop in 2030 op een aantal bezette nestkasten.’
Meer informatie: Kennisdocument Gierzwaluw en Jaap Langenbach’s website Gierzwaluwnieuws, met o.a. de zeer leerzame pagina Gierzwaluwnestkasten in Utrecht.
Foto’s: Klaus Roggel (header) en Jaap Langenbach