Breda lokt insecten, vogels en groen de stad in
Dit artikel van René Didde verscheen eerder in Trouw. Foto’s (c) Ton Toemen.
Breda wil groen zijn, ‘een stad in een park’. Niet alleen omdat de mens gelukkig wordt van natuur om zich heen, maar ook als open uitnodiging aan insecten, de cruciale bloembestuivers, grond-omwoelers en waterzuiveraars die het ontzettend moeilijk hebben.
“Kijk, daar zie je leemblokken in de kademuur waar insecten kunnen nestelen. Bij de inheemse planten die samen het hele jaar door bloeien, kunnen ze voedsel vinden. En die struik die daar uit de muur opspringt, is een vlier (zie bovenstaande foto, red.). De geurende bloemen trekken straks vlinders, bijen en zweefvliegen aan”, wijst Joost Barendrecht. De voorzitter van Breda National Park City legt uit dat de tientallen holtes in de muur geen vergeten metselwerk zijn, maar bewust aangebrachte uitsparingen waar planten kunnen groeien en vogels kunnen broeden.
We staan aan de oever van de recent herstelde Nieuwe Mark, een ooit gedempte aftakking van het Brabantse riviertje de Mark die om de binnenstad van Breda stroomt. Er staan nieuwbouwappartementen, kantoren, een parkeergarage. Langs de herstelde bypass is een aanlegplaats voor bootjes gemaakt.
Het is een zonnige dag, half april. Studenten hangen op de stenen zitplaatsen aan de oever. “Over een paar jaar zwemmen hier weer otters”, zegt Rombout van Eekelen, stadsecoloog van de gemeente beslist. “Ze vinden vanuit de Mark hier in dit binnenstedelijk water voldoende B&B-locaties: overnachtingsplekken en rustgebiedjes waar ze zich tegoed doen aan vis.”
Applaus voor vleermuizen en gierzwaluwen
Breda verwierf vorig jaar de status van National Park City. ‘Dat is een Engelse stichting die steden beoordeelt op hun plannen en op hun resultaten voor meer groen in de stad. Ze komen ook kijken of het klopt”, zegt Barendrecht. Deze internationale erkenning sluit mooi aan bij het al oudere doel van de gemeente Breda om de stad als onderdeel van de natuur en het landschap te zien. “Eigenlijk willen we een stad in een park”, zegt Barendrecht.

“We hebben, naast deze groene kade, kleine bossen – tiny forests – pluktuinen, wijkmoestuinen. We beschermen hier zelfs wespennesten, en bewoners beginnen het te snappen. Voor vleermuizen en gierzwaluwen gaan de handen op elkaar, want die eten muggen.”, zegt Aat Rietveld, bijenhouder en ambassadeur biodiversiteit in Breda. Inwoners van de gemeente kunnen bij hem en een collega de cursus ‘Krijg groene(re) vingers’ volgen. “In vier bijeenkomsten laat ik deelnemers voorbeelden zien van wat ze kunnen doen op straat, in de tuin of op het balkon. Er is overal ruimte. Groene gevels, groene daken. Elke centimeter telt”, zegt hij. Dit prille voorjaar zijn er al zestig mensen op af gekomen. Honderden mensen hebben een stukje openbare ruimte van de stad geadopteerd.
Insecten ernstig bedreigd
Met zijn drieën vertellen ze bevlogen over groene wapenfeiten van de West-Brabantse stad. Het zijn niet alleen woorden, het stedelijk gebied in Breda is vol met groen en biodiversiteit. “Meer dan vierhonderd groepen van bewoners beheren elk een stukje van de openbare ruimte.”
Breda geldt als een pionier voor de natuur als buur in de stad. En de stad krijgt navolging, zegt het Collectief Natuurinclusief. De overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties die hierin samenwerken willen dat er in 2050 overal in Nederland rekening wordt gehouden met de natuur. Het collectief kwam half april met elf richtlijnen waarmee gemeenten en projectontwikkelaars meer natuur en vooral insecten kunnen binnenhalen in alle 3500 wijken in Nederland.
Waarom insecten? “Keer op keer toont onderzoek aan dat het slecht gaat met insecten. Sommige insectengroepen in Nederland zijn sinds 1990 met bijna 70 procent achteruit gegaan. De borstelgroefbij en boshommels zijn ernstig bedreigd”, zegt Victor Beumer, projectleider Bouw van Collectief Natuurinclusief en lid van de KAN Stuurgroep.
Insecten als dankbaar doel
Insecten zijn cruciaal vanwege het stuifmeel dat ze op bloemen brengen. Ze vormen de basis van de voedselpyramide. “Zonder insecten geen appels en peren”, zegt Beumer. Vooral wilde bijen, hommels en zweefvliegen, ze worden allemaal bedreigd. Mede omdat steden zijn versteend en volliggen met asfalt. Juist stedelijk groen kan helpen om het tij te keren, meent Collectief Natuurinclusief. “Groen is de bron van voedsel voor insecten.”
De natuur levert ons gratis en voor niets een betere gezondheid, meer weerstand en minder stress. Groen verhoogt de waarde van woningen, creëert recreatie- en ontmoetingsruimte en maakt Nederland weerbaar tegen de klimaatverandering.
“Insecten zijn naast bestuivers van flora ook waterzuiveraars en bodemverbeteraars”, zegt Beumer. De fladderaars in de lucht en wroeters in de bodem helpen, is bovendien ‘welbegrepen eigenbelang’. “Want de natuur levert ons gratis en voor niets een betere gezondheid, meer weerstand en minder stress. Groen verhoogt de waarde van woningen, creëert recreatie- en ontmoetingsruimte en maakt Nederland weerbaar tegen de klimaatverandering”, zegt de landschapsecoloog, in het dagelijks leven werkzaam bij ingenieur- en adviesbureau Aveco de Bondt.
Beumer werkt samen met Stichting Natuur en Milieu, die de campagne ‘elke wijk een insectenrijk’ voert (ondersteund door de publicatie Insect zoekt Thuis). “We proberen samen met hen goede praktijkvoorbeelden bekender te maken.” Beumer vindt insecten ‘een dankbaar doel’. Ze hebben niet veel ruimte nodig en zijn met relatief eenvoudige maatregelen geholpen. Zoals met inheemse plantensoorten die gevarieerd en gelaagd zijn: groot en klein. En een losse bodem. “Een meerderheid van de bijensoorten nestelt in de grond en niet in bijenhotels”, zegt hij. Insecten kunnen toe met de ruimte in de boomspiegels langs de straat.
Pesticiden uit den boze
Bovenaan het richtlijnenlijstje van het Collectief: elk van de 3500 wijken zou een ‘natuurkern’ moeten hebben: ongeveer een groot voetbalveld met groen. Al die kernen moeten liefst verbonden zijn door watergangen, bermen, heggen, bomenrijen.
Is dat haalbaar in de dichtbebouwde Nederlandse steden? “Het hoeft niet per se een rechthoek te zijn”, zegt Beumer. “Elk park in Nederland is al snel driekwart hectare en dus een natuurkern. De Nieuwe Mark in Breda is een langgerekt lint met zelfs een groter oppervlak dan een voetbalveld.”

In de richtlijnen van Natuurinclusief voor de parken, plantsoenen en bossages, staat vooral dat het gebruik van pesticiden uit den boze is. Beumer: “Niet alleen het beheer moet absoluut pesticidevrij zijn, maar insecten gaan ook dood als een gemeente nieuwe planten en bomen koopt die met pesticiden zijn behandeld.” Het spul zit dan in het systeem van de plant, zegt hij, en vervluchtigt binnen enkele maanden tot een paar jaar. “Het komt in de bodem of het water en geeft daar problemen.”
De richtlijnen zijn niet verrassend, veel gemeenten zullen ze kennen. “Nieuw is dat we de maatregelen met elkaar in verband brengen en we het beheer in de stad versimpelen. We gaan niet in op specialistische zaken we streven geen hoge natuurdoelen na. Een woonwijk is geen Natura 2000-gebied.’
Meer balans en biodiversiteit in het openbaar groen in de stad is op den duur ook goedkoper in het beheer. Het systeem houdt zichzelf in stand.
‘Een goede balans voorkomt overlast’
Meer balans en biodiversiteit in het openbaar groen in de stad is op den duur ook goedkoper in het beheer. Het systeem houdt zichzelf in stand. Minder snoeien, minder aanharken en slechts twee of drie keer per jaar maaien in plaats van elke maand.
Het Collectief Natuurinclusief weet dat niet alle insecten een goed imago hebben, denk aan muggen, horzels, mijten, wespen. “We moeten bewoners uitleggen dat die insecten pas een plaag worden als er geen balans is in het natuurlijk systeem. Een nest vol wespen eet duizenden muggen per dag op. En vogels eten weer wespen tegen de tijd dat ze lastig worden op je terras. Een goede balans voorkomt overlast.”
‘De waarde van de woningen stijgt’
In Breda is het betrekken van bewoners al jarenlang gemeengoed en ook de gemeente brengt de principes in de praktijk. ‘Zo’n kademuur werd elk jaar schoon geschrobd. Nu laten ze de boel hun gang gaan en komt wellicht de zeldzame steenbreekvaren terug”,zeggen Joost Barendrecht en Rombout van Eekelen.
Bij nieuwe woningbouwplannen en bij renovatie hanteert Breda een ‘groen kompas’ met strikte eisen, zegt stadsecoloog Van Eekelen. “Bij de bouw van meer dan vijf huizen moet twintig tot 35 procent van het gebied groen worden. De helft van dat groen moet inheems zijn en veel verschillende soorten bevatten.” Projectontwikkelaars en woningcorporaties ‘doen van harte mee’, zegt Van Eekelen. “En de waarde van de woningen stijgt.”
Zo wordt Breda een ‘baken voor biodiversiteit en insecten in de stad’, zegt Barendrecht. ‘Wij zijn een voorbeeld voor het landelijk gebied. In de stad is sprake van een meer gevarieerde natuur dan de monocultuur van de landbouw. En het voordeel is dat we in de stad ook veel meer mensen hebben die allemaal hun eigen variatie in groen aanbrengen om de insecten te helpen.’