De fijne lessen van Vincent Luyendijk
Verslag van de keynote van Vincent Luyendijk tijdens het KAN Congres 2026 – door René Didde
Vincent Luyendijk is een veelgevraagd spreker en onder meer auteur van het boek De Fijne Stad (2025). Zijn motto ‘Het kan wél’ sluit perfect aan bij de drijfveren van het KAN platform: met voorbeelden laten zien dat de transitie naar fijne steden op veel plaatsen al aan de gang is. ‘Geen vergezichten, niet opnieuw het wiel uitvinden, maar vooral anders leren sturen’, schrijft Luyendijk. De honderden voorbeelden zijn ‘niet perfect, wel hoopvol’.
Luyendijk’s presentatie voert, net als het boek, langs een duizelingwekkende partij hoopvolle voorbeelden uit steden waar verkeerde of ouderwetse stadsontwikkeling is omgezet in een klimaatadaptief plein, een natuurinclusief woonblok of gezond zwemwater in de stad. Sommige voorbeelden zijn van recente datum, andere functioneren al een kwart eeuw, zoals de wijk BO01, de ‘wijk van de toekomst’ uit 2001 in Malmö, waar daken worden benut voor wateropvang en groen, kinderen een duik nemen in stadswater en een ondergronds afvalsysteem met vacuümtechniek huishoudelijk afval in gescheiden fracties afvoert.
De inzichten van Vincent Luyendijk
- Streef naar meer maatschappelijke waarde per m²
- Van ‘Slim’ naar ‘Wijs’: een score op vier domeinen Welbevinden’, ‘Inclusief’, duurzaam (Sustainable) en ‘Economie’, samengevoegd als afkorting WISE
- Ontwerp mét mensen in plaats van ontwerpen voor een doelgroep
Dichter bij huis is het in Nederland wereldberoemde voorbeeld van de Catharijnesingel in Utrecht, waar een twaalfbaansautoweg langs het Centraal Station decennialang auto’s zo snel mogelijk de binnenstad in voerde. ‘Totdat we erachterkwamen dat het systeem ‘auto’ in binnenstedelijk gebied veel te veel ruimte krijgt’, zegt Luyendijk. ‘Het water is teruggelegd, je kunt wandelen en hardlopen langs het water, picknicken en lunchen. En bij extreme regen vangt de singel water op.’

Een fijne stad is een verzameling van ‘fijne plekken’. Luyendijk ziet het als de optelsom van een ‘gezonde leefomgeving’ en een ‘toekomstgerichte leefomgeving’. En die abstracte begrippen worden gevormd door vijftien verschillende bouwstenen, die hij over drie lagen verdeelt en die we als legoblokjes opnieuw moeten leren stapelen. In de basis vind je de stenen ‘prettige huizen en gebouwen’, ‘bereikbare voorzieningen’, ‘veilige omgeving’ en ‘toegankelijkheid voor iedereen’.
Daarbovenop komen stenen die een fijne omgeving creëren, zoals weinig geluidsoverlast, gezonde lucht, genoeg en veilig water, groen en natuur. ‘En daar bovenop komen dan de stedelijke activiteiten, zoals actieve mobiliteit zoals fietsen en lopen en veel minder ruimte voor de auto die 94 procent van de tijd stilstaat en nu toch 55% van de buitenruimte opslokt’, aldus Luyendijk. Hij onderscheidt activiteiten als ‘spelen en ontspannen’, ‘sport en beweging’, ‘mentale gezondheid’ en ‘gezonde voeding’.

Maatschappelijke waarde per vierkante meter
Een fijne stad levert zoveel mogelijk maatschappelijke waarde per vierkante meter op, MW/m². ‘Dat is een nog nader te onderzoeken en exacter uit te werken score’, legt Vincent Luyendijk uit. Hij laat grofweg zien dat het terugleggen van het water in de Catharijnesingel van score 9 naar 19 van de maximaal 20 punten stijgt. De elementen waarmee de stedenbouwers, projectontwikkelaars en architecten straks de score nog exacter kunnen berekenen, komen uit vier domeinen: ‘Welbevinden’, ‘Inclusief’, duurzaam (Sustainable) en ‘Economie’, samengevoegd als afkorting WISE, in Nederland ook wel bekend als ‘Brede welvaart’. Elk domein kan maximaal vijf punten scoren. Luyendijk: ‘We moesten eerst alles Smart of Slim doen, maar we moeten veel meer Wise of Wijs zijn.’
We moesten eerst alles Smart of Slim doen, maar we moeten veel meer Wise of Wijs zijn
Dus niet zoveel mogelijk huizen bouwen, zoals het mantra van de laatste jaren luidde, maar ‘gebieden ontwikkelen waar mensen de komende vijftig jaar gezond en gelukkig opgroeien, wonen, werken en elkaar ontmoeten’, aldus Luyendijk. Dat dit niet tot oeverloze gesprekken en tijdverlies leidt, bewijst de wijk Vallastaden in het Zweedse Linköping, waarin in vijf jaar tijd duizend woningen met maatschappelijke meerwaarde als uitgangspunt werden gerealiseerd, van idee tot realisatie. ‘Er is meer publieke ruimte en meer groen. Elk blok heeft een ‘blokhut’ waar bezoekers van de bewoners kunnen logeren.’

In Nederland scoort het Singelpark in Leiden bijna 20 punten MW/m². Kleine plukjes groen werden door een burgerinitiatief samengevoegd tot een park met een lengte van 6 km. ‘Bijna honderd vrijwilligers doen het onderhoud en per jaar zien omwonenden 400 duizend Singelparklopers.’
Programma van Waarden
‘Van een programma van eisen met budgetten, planning en normen voor een korte tijdshorizon moeten we naar een programma van waarden dat uitgaat van de mensen, van samenwerken en van sturen voor een lange termijn.’ Een goed voorbeeld is dat bij deze nieuwe stadsontwikkeling ook zogeheten baathouders worden betrokken. ‘In de te bouwen wijk Suikerzijde in Groningen betalen ook zorgverzekeraars mee vanwege een gezondere leefomgeving’, aldus Luyendijk die rept van wel 250 van dergelijke baathouders.
Alles goed en wel, maar hoe doe je dat? ‘Geef elkaar de ruimte’, zegt Luyendijk. ‘Ik geloof heel erg in het Scandinavische ‘allemansrecht’, waar bij wet is geregeld dat je overal je tent of camper mag neerzetten. Als het land van iedereen is, dan ga je er anders mee om.’

Daar kunnen we nog wat van leren in Nederland, waar vooral wantrouwen en waarschuwingsborden regeren, zoals ‘zwemmen in rivieren en kanalen en springen van de bruggen? LEVENSGEVAARLIJK!, boete van € 150!’.
Dat het ook anders kan, met meer vertrouwen, bewijst het project de Moestuin in Apeldoorn. ‘Mijn favoriet’, zegt Luyendijk. ‘Wijkbewoners, daklozen, asielzoekers, scholen verzorgen een moestuin, taallessen en …. Ze zeggen ‘bij de gemeente zit iemand en zij gelooft ons gewoon.’
Van hetzelfde kaliber zijn de stedelijke voetbalveldjes zonder kooi, de gastvrije borden ‘welkom in het park, loop op het gras en ga lekker picknicken (Botanische tuin Sydney) of de Zweedse bordjes op het fietspad ‘bedankt dat je fietst’.

Kansen genoeg
Kortom, kansen genoeg voor groen en blauw in de stad, en de klimaatverandering maakt het nodig om die kansen te benutten. Groene straten die ’s zomers twintig graden zijn door de schaduwwerking van bomen in plaats van veertig graden zonder bomen. ‘In het met bomen en heesters overkapte busstation in Heerlen is het aangenamer wachten dan voorheen’, zegt Vincent Luyendijk. Bijzonder waren ook de duizend bomen die in enorme bakken gedurende drie maanden in 2022 door Leeuwarden ‘wandelden’. Dit BOSK was een initiatief van kunstenaar Bruno Doedens om mensen te laten ervaren hoe aangenaam een groene straat kan zijn, aldus Luyendijk. ‘Zelfs de criticasters voor aanvang zeiden na afloop ‘laat die bomen alsjeblieft staan. Ook burgemeester Buma dacht vooraf ‘dit wordt gedoe, maar laten we het doen. En nu heeft de hele stad geleerd wat we willen’, aldus Buma in een interview.
Iets dergelijks speelde in Alkmaar. ‘De centrale winkelstraat heeft vaak te kampen met wateroverlast, en daar werd als antwoord een groener straatbeeld gepresenteerd dat uitnodigde tot ‘zitten en verblijven’. En wat bleek? Winkeliers, die toch vaak ‘tegen’ roepen, noteerden een economische vooruitgang van meer uitgaven van bezoekers en minder leegstand.’ De WISE-score steeg van 6 naar 16, waaronder ook de economie.

De klimaatverandering maakt dat van de vijftien bouwstenen er drie steeds belangrijker zullen worden en dus een grotere steen zullen worden, besluit Vincent Luyendijk. ‘‘Klimaatbestendig’, ‘groen en natuur’ en ‘genoeg en veilig water’ zullen aan belang winnen.’ Dan ontstaan er meer KAN-steden. ‘Welkom in de fijne stad.’
Download: presentatie van Vincent Luyendijk
Foto’s ©HEIJBLOM fotografie